Nectar van Instructie 9

वैकुण्ठाज्जनितो वरा मधुपुरी तत्रापि रासोत्सवाद्वृन्दारण्यमुदारपाणिरामणात्तत्रापि गोवर्धनः ।
राधाकुण्डमिहापि गोकुलपतेः प्रेमामृताप्लावनात्कुर्यादस्य विराजतो गिरितटे सेवां विवेकी न कः ॥ ९ ॥
vaikuṇṭhāj janito varā madhu-purī tatrāpi rāsotsavād
vṛndāraṇyam udāra-pāṇi-ramaṇāt tatrāpi govardhanaḥ
rādhā-kuṇḍam ihāpi gokula-pateḥ premāmṛtāplāvanāt
kuryād asya virājato giri-taṭe sevāṁ vivekī na kaḥ

Synonyms

vaikuṇṭhātdan Vaikuṇṭha, de spirituele wereld; janitaḥdoor geboorte; varābeter; madhu-purīde transcendentale stad die bekend staat als Mathurā; tatra apidaar boven; rāsa-utsa­vātdoor het verrichten van de rāsa-līlā; vṛndā-araṇyamhet woud van Vṛndāvana; udāra-pāṇivan Heer Kṛṣṇa; ramaṇātdoor verschillende soorten liefdevolle activiteiten van vermaak; tatra apidaar boven; govardhanaḥGovardhana Heuvel; rādhā-kuṇḍamde plaats die Rādhā-kuṇḍa wordt genoemd; iha apidaar boven; gokula-pateḥvan Kṛṣṇa, de meester van Gokula; prema-amṛtadoor de nectar van goddelijke liefde; āplāvanātdoor overstroomd te zijn; kuryātzou verrichten; asyahiervan (Rādhā-kuṇḍa); virājataḥgesi­tueerd; giri-taṭeaan de voet van Govardhana Heuvel; sevāmdienst; vivekīwie intelligent is; naniet; kaḥwie.

Translation

De heilige plaats Mathurā is spiritueel superieur aan Vaikuṇṭha, de spirituele wereld, omdat de Heer daar verscheen. Superieur aan Mathurā-purī is het transcendentale woud van Vṛndāvana, omdat Kṛṣṇa daar Zijn rāsa-līlā hield. En superieur aan het woud van Vṛndāvana is de heuvel Govardhana, omdat Śrī Kṛṣṇa die met Zijn goddelijke hand optilde en omdat het de plaats is waar Hij allerlei soorten liefdevol en speels plezier beleefde. Maar onovertroffen boven al die plaatsen staat Śrī Rādhā-kuṇḍa, want dat overvloeit van de ambrozijnen nectar van prema [liefde] voor Śrī Kṛṣṇa, de Heer van Gokula. Waar is dan die intelligente persoon die dit goddelijke Rādhā-kuṇḍa aan de voet van de heuvel Govardhana weigert te dienen?

Purport

De spirituele wereld omvat driekwart van de totale schepping van de Allerhoogste Persoonlijkheid Gods en het is het meest verheven domein. De spirituele wereld is natuurlijk superieur aan de materiële wereld, maar ook al zijn Mathurā en aangrenzende gebieden in de materiële wereld verschenen, toch worden ze als nog hoger beschouwd, omdat de Allerhoogste Persoonlijkheid Gods Zelf in Mathurā verscheen. De binnenste wouden van Vṛndāvana worden beschouwd als hoger dan Mathurā door de aanwezigheid van de twaalf wouden (dvādaśa-vana), zoals Tālavana, Madhuvana en Bahulāvana, die beroemd zijn om de uiteenlopende activiteiten van vermaak van de Heer. Het binnenste woud van Vṛndāvana wordt daarom beschouwd als hoger dan Mathurā. Maar de goddelijke heuvel Govardhana is superieur aan deze wouden, omdat Kṛṣṇa deze heuvel met Zijn prachtige lotushand als een paraplu optilde om zo Zijn metgezellen, de inwoners van Vraja, te beschermen tegen de stortbuien die de woedende Indra, de koning van de halfgoden, op hen had afgestuurd. Op de heuvel Govardhana hoeden Kṛṣṇa en Zijn koeherdersvrienden ook koeien en ook had Hij daar Zijn rendez-vous met Śrī Rādhā, Zijn innige geliefde en beleefde daar amoureus plezier met Haar. Maar Rādhā-kuṇḍa, dat aan de voet ligt van Govardhana, is superieur aan hen allemaal, omdat het daar overstroomt van liefde voor Kṛṣṇa. Gevorderde toegewijden verblijven het liefst in Rādhā-kuṇḍa, omdat deze plaats veel herinneringen oproept aan de eeuwige amoureuze activiteiten van Kṛṣṇa en Rādhārāṇī (rati-vilāsa).
In het Caitanya-caritāmṛta (Madhya-līlā) staat dat toen Heer Śrī Caitanya Mahāprabhu het gebied van Vrajabhūmi voor het eerst bezocht, Hij Rādhā-kuṇḍa niet meteen kon vinden. Dit betekent dat Śrī Caitanya Mahāprabhu eigenlijk op zoek was naar de exacte locatie van Rādhā-kuṇḍa. Uiteindelijk vond Hij de heilige plek en zag er een vijver. Hij baadde in die vijver en vertelde Zijn toegewijden dat dit het echte Rādhā-kuṇḍa was. De vijver werd later uitgegraven door de toegewijden van Heer Caitanya, in het begin vooral onder leiding van de Zes Gosvāmī ’s, zoals Rūpa en Raghunātha dāsa. Tegenwoordig ligt er een klein meer dat bekend staat als Rādhā-kuṇḍa. Śrīla Rūpa Gosvāmī heeft veel nadruk gelegd op het belang van Rādhā-kuṇḍa, omdat Śrī Caitanya Mahāprabhu het zo graag wilde vinden. Wie zal Rādhā-kuṇḍa dan de rug toekeren en ergens anders proberen te wonen? Iemand met transcendentale intelligentie zal zoiets nooit doen. Maar andere vaiṣṇava sampradāya’s zien het belang van Rādhā-kuṇḍa niet en personen zonder interesse in de devotionele dienst van Heer Caitanya Mahāprabhu bevatten het spirituele belang en de goddelijke aard van Rādhā-kuṇḍa evenmin. Rādhā-kuṇḍa wordt daarom voornamelijk vereerd door de Gauḍīya-vaiṣṇava’s, de volgelingen van Heer Śrī Kṛṣṇa Caitanya Mahāprabhu.