Śrī Īśopaniṣad Aanroeping

oṁ pūrṇam adaḥ pūrṇam idaṁ
pūrṇāt pūrṇam udacyate
pūrṇasya pūrṇam ādāya
pūrṇam evāvaśiṣyate

Synonyms

oṁhet Volkomen Geheel; pūrṇamvolmaakt volkomen; adaḥdat; pūrṇamvolmaakt volkomen; idamdeze wereld der verschijnselen; pūrṇātvan de geheel volmaakte; pūrṇamvolkomen eenheid; udacyatevoortgebracht; pūrṇasyavan het Volkomen Geheel; pūrṇamvolkomen volledig; ādāyaweggenomen zijnde; pūrṇamhet volkomen evenwicht; evazelfs; avaśiṣyateblijft.

Translation

De Persoonlijkheid Gods is volmaakt en volkomen. En omdat Hij volkomen volmaakt is, is alles wat van Hem uitgaat, zoals deze wereld der verschijnselen, volmaakt toegerust als volkomen geheel. Alles wat door het volkomen geheel wordt voortgebracht is op zichzelf eveneens volkomen. En omdat Hij het Volkomen Geheel is, blijft Hij het volkomen evenwicht, ook al gaan er nog zo veel volkomen eenheden van Hem uit.

Purport

Het Volkomen Geheel of de Allerhoogste Absolute Waarheid is de volkomen Persoonlijkheid Gods. Wie het onpersoonlijk Brahman doorschouwt kent het Absolute Volkomen Geheel slechts ten dele en hetzelfde geldt voor wie Paramātma, de Superziel, doorgrondt. De Allerhoogste Persoonlijkheid Gods is sac-cid-ānanda-vigraha: doorschouwen van het onpersoonlijk Brahman is het doorschouwen van Zijn sat- of eeuwigheidsaspect en doorschouwen van Paramatma, de Superziel, is het doorschouwen van sat en cit, Zijn eeuwigheids- en kennisaspect. Maar het doorgronden van de Persoonlijkheid Gods is het doorgronden van alle bovenzinnelijke aspecten sat, cit en ānanda, of gelukzaligheid, tezamen. In de persoonlijke Godsopvatting wordt Hij ervaren in volkomen gedaante (vigraha). Het Volkomen Geheel is dus niet vormloos. Zou Hij vormloos zijn of zou Hij minder zijn dan wát dan ook dat Hij geschapen heeft, dan kan Hij niet volkomen zijn. Het Volkomen Geheel moet alles behelzen wat zowel binnen als buiten het bereik van ons bevattingsvermogen ligt. Anders kan Hij niet volkomen zijn.
De volkomen volledige Persoonlijkheid Gods heeft onmetelijke vermogens, die stuk voor stuk even volkomen zijn als Hij Zelf. Daarom is deze wereld der verschijnselen of deze stoffelijke wereld op zichzelf eveneens volkomen. De vierentwintig elementen waarvan dit stoffelijk universum een tijdelijke openbaring is zijn er volkomen op berekend volkomen zaken voort te brengen die nodig zijn voor instandhouding en onderhoud van dit universum. Deze instandhouding vergt geen bijstand van eenheden erbuiten. Het universum heeft zijn eigen tijd, die afgesteld is door de energie van het Volkomen Geheel, en wanneer deze tijd zijn volkomenheid bereikt, zal deze tijdelijke openbaring overeenkomstig het volkomen bestel van de Volkomene worden vernietigd.
De kleine volkomen eenheden - de levende wezens-zijn volkomen in staat het volkomen Geheel te doorschouwen; de onvolkomenheid die ze in velerlei vormen ervaren komt voort uit onvolledige kennis van het volkomen Geheel. De menselijke levensvorm is een volkomen openbaring van het bewustzijn van het levend wezen, dat zich deze vorm verworven heeft na de 8.400.000 levensvormen in de kringloop van geboorte en dood te hebben doorleefd. Doorschouwt een menselijk wezen tijdens zijn leven van volledig bewustzijn zijn volkomenheid niet binnen het Volkomen Geheel, dan verliest het zijn kans om haar te doorschouwen en wordt het door de wet der materiële natuur teruggebracht in de kringloop der evolutie.
Omdat we niet weten dat de natuur er volkomen op afgestemd is ons te onderhouden, spannen we ons in, de natuurlijke rijkdommen zo te gebruiken, dat we ons leven tot één-zogenaamd- zingenot maken. Dit leven vol misleidend zingenot wordt illusie genoemd, want het levend wezen kan geen werkelijk zingenot ervaren als het niet één is met het Volkomen Geheel. Een hand bijvoorbeeld is een volkomen eenheid zo lang hij aan het lichaam vastzit. Wanneer de hand van het lichaam wordt losgemaakt, ziet hij er weliswaar nog steeds als een hand uit, maar bezit niets meer van de vermogens die een hand tot hand maken. Evenzo maken de levende wezens integrerend deel uit van het volkomen Geheel; en zo lang als de integrerende deeltjes niet met het Volkomen Geheel verbonden zijn, is de schijn-volkomenheid die ze beleven onvoldoende om ze de verlangde volkomenheid te laten ervaren.
Men kan de volkomenheid van het menselijk leven slechts deelachtig worden wanneer de menselijke levensvorm in dienst van het Volkomen Geheel wordt gesteld. Wat voor dienst men ter wereld ook verricht, hetzij op sociaal of politiek, hetzij op internationaal of zelfs op interplanetair gebied, het blijft allemaal een onvolkomen zaak, zo lang men zich niet richt naar het Volkomen Geheel. Wanneer alles zich richt naar het Volkomen Geheel, worden de wederom ingeschakelde integrerende deeltjes op zichzelf eveneens volkomen.