Default View
Dual Language View
Hoofdstuk 14
Door leiders verraden
Śukadeva Gosvāmī zei: Mijn beste koning, de dienaren van Heer Vișņu zijn zeer bekwaam in logica en rede. Nadat ze de uitleg van de Yamadūta's aangehoord hadden, antwoordden ze als volgt:
"Helaas, hoe pijnlijk is het dat goddeloosheid geïntroduceerd wordt in een gezelschap waar religie in ere gehouden dient te worden! Degenen die belast zijn met het handhaven van de religieuze principes straffen zowaar nodeloos iemand die onschuldig en onstrafbaar is."
"Een koning of een regeringsvertegenwoordiger moet zodanig gekwalificeerd zijn, dat hij uit liefde en genegenheid als een vader, instandhouder en beschermheer van de burgers optreedt. Hij moet de burgers goede raad en juiste aanwijzingen geven op basis van de erkende geschriften en iedereen gelijk behandelen. Als allerhoogste autoriteit op het gebied van de rechtspraak doet Yamarāja dit, en hetzelfde geldt voor degenen die zijn voetspoor volgen. Als dergelijke personen echter van het rechte pad afwijken en blijk geven van partijdigheid, door iemand die onschuldig is te straffen, tot wie moeten de burgers zich dan wenden voor hun onderhoud en veiligheid?"
"De meerderheid van de mensen volgt het voorbeeld van een leider en imiteert zijn gedrag. Alles wat de leider aanvaardt, aanvaarden zij eveneens. De mensen in het algemeen hebben niet genoeg kennis om onderscheid te kunnen maken tussen religie en goddeloosheid. De onschuldige, weinig verlichte burger is als een onwetend dier dat vredig met zijn kop op de schoot van zijn meester slaapt en vast vertrouwen heeft in diens bescherming. Als een leider werkelijk een goed hart heeft en het vertrouwen van de levende wezens waard is, hoe kan hij dan een onwetende, die zich in goed vertrouwen en vriendschap volkomen aan hem overgegeven heeft, straffen of doden? (Śrimad-Bhāgavatam 6.2.1-6)
Logica en verstand
Net als alle ware dienaren van God, begrepen de Vișņudūta's alles vanuit een logisch en verstandig oogpunt. De instructies van Kṛṣṇa zijn geen betekenisloze dogma's. Godsdienst geeft vaak aanleiding tot dogmatisch denken, maar Śrīla Krsņadāsa Kavirāja, de schrijver van het Caitanya-caritāmrta, dringt ons erop aan het Kṛṣṇa-bewustzijn volgens logica te begrijpen. Dus niet zomaar blind volgen, alleen maar naargelang je sentiment. Wie er niet in slaagt logica toe te passen, kan gemakkelijk door gewetenloze personen misleid worden. Vele zogenaamde missionarissen beweren bijvoorbeeld dat de mens God kan worden, en trekken op die manier miljoenen sentimentele volgelingen aan. Maar hoe kan dat nu? Waar is het bewijs dat een mens God kan worden? Dit soort valse propaganda is helemaal niet logisch. Je moet je intelligentie gebruiken om het Kṛṣṇa-bewustzijn te begrijpen.
Als we de filosofie van het Kṛṣṇa-bewustzijn eenmaal aanvaard hebben en initiatie genomen hebben van een bonafide geestelijk leraar, kunnen we geen discussie met hem aangaan. We kunnen hem niet uitdagen. Dat zou een belediging inhouden en een val van de geestelijke principes tot gevolg hebben.
De plicht van regeringen
De Vișņudūta's beschuldigden de Yamadūita's ervan dat ze de religieuze principes overtraden met hun poging Ajāmila naar Yamarāja te slepen om gestraft te worden. Yamarāja is de beambte die door de Allerhoogste Persoonlijkheid Gods aangesteld is om te oordelen wat religieuze en goddeloze principes zijn en de zondaars te straffen. Als volkomen zondeloze personen echter gestraft worden, raakt gehele raad van Yamarāja bezoedeld. Dit principe is niet alleen van toepassing op de raad van Yamarāja, maar op de hele mep samenleving.
Het is de taak van de koning of regering de religieuze principes hoog te houden. In het huidige tijdperk, het Kali-yuga, zijn de mensen jammer genoeg hun verstand verloren, en kunnen daarom geen onderscheid maken tussen dharma en adharma, religie en goddeloosheid. Het gerecht weet niet wie wel en wie niet gestraft moet worden. Een voorbeeld: uit mededogen voor alle gevallen zielen prediken de vaisņava's de principes van het Kṛṣṇa-bewustzijn, maar vanwege de invloed van het Kali-yuga worden ze soms door het gerecht lastiggevallen en gestraft op basis van de valse beschuldiging dat ze de orde verstoren, ook al hebben die Vaiṣṇava's hun leven gewijd aan het prediken van de heerlijkheden van de Heer. Dit tijdperk, het Kali-yuga, is bar slecht. We kunnen slechts onze toe-vlucht zoeken bij Kṛṣṇa en voortdurend hare kṛṣṇa, hare kṛṣṇa, kṛṣṇa kṛṣṇa, hare hare / hare rāma, hare rāma,rāma rāma, hare hare chanten.
De Vișņudūta's berispten de Yamadūta's voor het overtreden van de principes van rechtvaardigheid. Dergelijke corruptie van het rechtssysteem treedt in het Kali-yuga sterk op de voorgrond. Het rechtssysteem heeft als doel recht te laten gelden, maar dat wordt zeer moeilijk gemaakt door valse getuigen en omkoperij. Met geld kan vrijwel iedereen een gunstig oordeel van het gerecht krijgen. Als het rechtssysteem corrupt is, wordt het leven uiterst problematisch. De regering wordt verondersteld de burgers te beschermen zoals ouders hun kinderen beschermen. Een kind is volkomen afhankelijk van zijn ouders en denkt vol vertrouwen: "Mijn vader en moeder zijn hier-nu ben ik veilig." Maar als de vader en moeder corrupt zijn, wat gebeurt er dan met de bescherming van het kind? Zo ook met de regering. Als de hele regering corrupt is, hoe zit het dan met de bescherming van het volk?
Wat de leiders van de samenleving ook doen, het wordt door de mensen in het algemeen nagevolgd. Voor het volk is de regering of koning net als de vader. Een vader zal nooit toestaan dat zijn kinderen gewond raken of vermoord worden. Hij zal zijn eigen leven opofferen in een poging degene die zijn kinderen bedreigt tegen te houden. Vandaag de dag heeft de misdaad echter de vrije teugel. De regering geeft miljarden guldens uit en de bevolking leidt nog steeds geen veilig leven. De regering is het volk verantwoording schuldig, want ze moet voor haar volk zorgen en het beschermen. Als de regering onbekwaam of corrupt is, waar blijft het volk dan?
De koning, of in deze tijd de regering, moet zich opstellen als de beschermheer van het volk door ze het juiste doel van het leven te tonen. De menselijke levensvorm is speciaal bedoeld om jezelf te realiseren, om de relatie die je met de Allerhoogste Persoonlijkheid Gods hebt in te zien. De plicht van de regering bestaat er dus uit de mensen zodanig op te leiden, dat ze zich geleidelijk aan naar het geestelijke niveau verheffen en zich hun relatie met God realiseren. Dit principe werd gevolgd door koningen als Yudhiṣṭhira Mahārāja, Parīkșit Mahārāja, Heer Rāmacandra, Ambarīśa Mahārāja en Prahlāda Mahārāja.
Helaas zijn de huidige regeringsleiders doorgaans oneerlijk en goddeloos, waar de staatszaken dan onder lijden. In naam van democratie nemen dieven en andere misdadigers de onschuldige bevolking in de maling, door zich door hen te laten kiezen voor de belangrijkste posten in de regering. Dit is onlangs nog bewezen in Amerika [ten tijde van president Nixon], en als gevolg daarvan verdoemde de bevolking de president en haalde hem neer van zijn post. Dit is slechts één geval van de vele.
In het Kali-yuga hebben de mensen geen toevlucht. Vanwege de corrupte regering is er onzekerheid over hun levens en eigendommen. De massa moet zich eigenlijk altijd veilig voelen onder de bescherming van de regering. Hoe spijtig is het daarom wel niet voor de regering zelf, dat ze een breuk in het vertrouwen heeft veroorzaakt en de bevolking om politieke redenen in de problemen brengt. We hebben zelf tijdens de verdeeldheid in India meegemaakt dat manipulatie door politici ineens haatgevoelens opwekte tussen de hindoes en mohammedanen, hoewel ze al die tijd vredig samengeleefd hadden, en vanwege die politiek moorden ze elkaar nu uit. Dat is een duídelijk kenmerk van het Kali-yuga.
Een ander afschuwelijk kenmerk van het Kali-yuga is het afslachten van dieren. In dit tijdperk worden de dieren netjes binnengehouden, in het volste vertrouwen dat hun meesters ze zullen beschermen, maar zodra ze vet genoeg zijn worden ze onmiddellijk afgevoerd naar het slachthuis. Dergelijke wreedheid wordt door Vaiṣṇava's als de Vișņudūta’s veroordeeld. Het is zelfs zo dat de zondaars die verantwoordelijk zijn voor zulke wreedheden helse omstandigheden vol gruwelijk lijden te wachten staan. Wie het vertrouwen beschaamt van een levend wezen dat in goed vertrouwen zijn toevlucht bij hem gezocht heeft, is uiterst zondig, of dat levend wezen nu een mens is of een dier. Omdat dergelijk verraad nu niet door de regering gestraft wordt, is de hele menselijke samenleving ontzettend vervuild. De mensen in dit tijdperk worden daarom beschreven als mandāh sumanda-matayo manda-bhāgyā hy upadrutäh. Als gevolg van zulke zonden zijn de mensen verdoemd (mandāh), is hun intelligentie vertroebeld (sumanda-matayah), zijn ze onfortuinlijk (manda-bhāgyāh) en daarom altijd door problemen verstoord (upadrutāh). Dit is de situatie in hun huidige leven, en na de dood zullen ze onder helse omstandigheden gestraft worden.
Hoewel Ajāmila niet voor straf in aanmerking kwam stonden de Yamadūta's erop hem mee te nemen naar Yamarāja. Dit was adharma, tegen de religieuze principes. De Vișņudūta’s waren bezorgd dat het bestuur van de menselijke samenleving ten onder zou gaan als dit soort goddeloze handelingen toegestaan werden. In deze moderne tijd probeert de gemeenschap voor Kṛṣṇa-bewustzijn de juiste principes voor het bestuur van de menselijke samenleving te introduceren, maar jammer genoeg steunen de regeringen van het Kali-yuga de Hare Kṛṣṇa beweging niet, omdat ze haar waardevolle diensten niet waarderen. De Hare Kṛṣṇa beweging is de juiste beweging om de gevallen toestand van de menselijke samenleving te verbeteren, en daarom zouden de regeringen en andere leiders uit alle delen van de wereld deze beweging moeten steunen, zodat ze de zondige toestand waarin de mensheid verkeert volledig kan rechtzetten.