Default View
Dual Language

Hoofdstuk 1

Het verschil tussen mens en dier

Śrī Śukadeva Gosvāmī vertelde Mahārāja Parīkșit: In de stad Kānyakubja [Kanauj in het huidige India] leefde eens een brāhmaņa, Ajāmila, die met een prostituée trouwde en door haar gezelschap al zijn brahmaanse eigenschappen verloor. Ajāmila bezorgde anderen problemen door ze lastig te vallen, ze bij het gokken te bedriegen of ze gewoonweg te beroven. Op deze manier verdiende hij zijn brood en onderhield hij zijn vrouw en kinderen. (Śrīmad-Bhāgavatam 6.1.21-22)

De wet der gevolgen

Hoewel Ajāmila de zoon van een brāhmaņa was en een strikte navolger van de regulerende principes-geen vlees eten, geen ongeoorloofde seks, geen intoxicatie en niet gokken-werd hij toch verliefd op een prostituée, en verloor daardoor al zijn goede eigenschappen. Zodra iemand de regulerende principes opgeeft begaat hij verschillende soorten zonden. De regulerende principes hebben tot doel ons op het niveau van mens-zijn te houden. Geven we ze op, dan vallen we onmiddellijk in het leven van illusie, māyā.
Als we vooruitgang willen maken in het geestelijk leven, moeten we de regulerende principes volgen en de fouten uit onze vorige en huidige levens rechtzetten. Alleen degenen die bevrijd zijn van allerlei soorten reacties op hun zonden en nu vroom handelen zijn in staat God te begrijpen. Wie zonden begaat en hopeloos gehecht is aan lichamelijk gemak, wereldse vriendschap, samenleving en gezinsgenegenheid, is niet in staat zichzelf geestelijk te realiseren.
Het probleem met ongeoorloofde omgang met vrouwen is dat het alle brahmaanse eigenschappen vernietigt. Vanwege zijn omgang met een prostituée gaf Ajāmila de regulerende principes op en werd een oplichter en dief. Wie oneerlijk te werk gaat, zal gestraft worden. Je kan de wetten van de koning of de regering dan misschien ontduiken, maar met de wetten van God gaat dat niet. De materialist denkt: "Ik neem God gewoon in de maling en ga gerust verder met het bevredigen van mijn zintuigen door allerlei afschuwelijke dingen te doen." De śāstra's (geschriften) stellen echter dat zulke figuren uiteindelijk hun eigen geluk in de maling nemen, want ze zullen opnieuw een materieel lichaam moeten aannemen en daarmee moeten lijden.
Wie in een brāhmaņa-familie geboren is wordt verondersteld oprecht te zijn, zelfbeheerst, zich volledig bewust van het geestelijk leven en de toepassing daarvan, en volledig vertrouwen te hebben in de uitspraken van de sāstra's.
Volgt iemand de śāstra's niet, dan raakt hij ontaard. Grote wijzen en ṛṣi’s van over de hele wereld hebben hun aanwijzingen gegeven, en hun woorden zijn vastgelegd in de śāstra's. Schurken en dwazen leggen de geschriften echter op een verkeerde manier uit en misleiden daarmee de mensen. Momenteel wordt de Bhagavad-gītā op zoveel verschillende manieren uitgelegd, en al deze vormen van zogenaamde uitleg worden door het argeloze publiek aanvaard als gezaghebbende kennis. Eén zo'n uitleg beweert dat het slagveld van Kurukșetra naar het materiële lichaam verwijst en dat de vijf Pāndava-broers in werkelijkheid de vijf zintuigen van het materiële lichaam zijn. Maar dat is niet juist. Hoe kan iemand nu de Bhagavad-gītā uitleggen als hij er niets van begrijpt? Dat is onzin.
Om de bonafide wetenschap van God te kunnen begrijpen, moet je een bonafide geestelijk leraar benaderen en van hem de Bhagavad-gitā vernemen. We moeten de grote persoonlijkheden, de voorgaande ācārya's (geestelijk leraren), volgen, want daar zullen we op vooruitgaan. We moeten niet speculeren en met onze eigen verzinsels voor de dag komen. We moeten gewoon de voorschriften van de grote acārya's aanvaarden. Dat is hoe het vedische systeem werkt. Je moet een bonafide geestelijk leraar benaderen en hem in alle bescheidenheid vragen stellen, De Absolute Waarheid wordt uitgelegd in de geschriften, en de geschriften worden uitgelegd door de geestelijk leraar, of een heilige. Wat de bonafide, zelfgerealiseerde geestelijk leraar zegt moet aanvaard worden.
Er is geen plaats voor interpretatie van de śāstra's. In het Śrimad-Bhāgavatam staat dat Krșņa de heuvel Govardhana optilde zoals een kind een paddenstoel optilt. Hij deed dit met groot gemak, maar de mensen geloven het niet. Degenen die niet in het Śrīmad-Bhāgavatam geloven, interpreteren een indirecte betekenis. De betekenis is duidelijk en er bestaat geen aanleiding voor misverstanden, maar toch moeten deze schurken hoe dan ook hun eigen conclusies trekken.
Als het duidelijk is wat er gezegd wordt, waarom moeten we dan interpreteren? Met het interpreteren van de vedische literatuur hebben de zogenaamde geleerden en theologen er een puinhoop van gemaakt. Geen enkele bonafide ācārya heeft de sāstra's ooit geïnterpreteerd volgens zijn eigen willekeurige opvattingen, maar dat is wel precies wat al die zogenaamde moderne geleerden en leiders gedaan hebben, en daardoor komen de mensen in de meest afschuwelijke omstandigheden van het materiële bestaan terecht. Voor het goed van het volk dienen dergelijke schurken aan de kaak gesteld te worden. Dat is waarom we de Bhagavad-gītā presenteren zoals ze is.

De degradatie van de moderne samenleving

Hier legt het Śrīmad-Bhāgavatam uit dat de brāhmaņa Ajāmila aan een prostituée gehecht raakte en daardoor zijn brahmaanse eigenschappen verloor. Hij was een jongeman van ongeveer twintig jaar toen dit gebeurde. Vanwege zijn ongeoorloofde omgang met de prostituée was Ajāmila gedwongen tot een leven van bedelen, lenen, stelen en gokken.
Deze verzen laten zien hoe men zich door ongeoorloofde seks met een prostituée te hebben verlaagt. Het is onmogelijk ongeoorloofde seks te hebben met kuise vrouwen; dat kan alleen met onkuise vrouwen. Hoe meer de samenleving prostitutie en ongeoorloofde seks toestaat, hoe meer ze bedriegers, dieven, plunderaars, dronkaards en gokkers aanspoort. Daarom raden wij alle discipelen in onze gemeenschap voor Kṛṣṇa-bewustzijn aan ongeoorloofde seks te vermijden, want dat is het begin van een afschuwelijk bestaan en wordt gevolgd door vlees eten, gokken en intoxicatie, het een na het ander. Natuurlijk, onthouding is moeilijk, maar het is best mogelijk als we ons helemaal overgeven aan Kṛṣṇa. Iemand die Kṛṣṇa-bewust is verliest namelijk geleidelijk aan zijn smaak voor afstotelijke gewoonten.
Terwijl Ajāmila in zijn tijd een uitzondering was, zijn er vandaag de dag miljoenen Ajāmila's. En als het toegestaan wordt dat ongeoorloofde seks als maar toeneemt, zal de hele samenleving verdoemd zijn, want ze zal overlopen van de misdadigers, dieven, bedriegers, enzovoort.
Als we dus echt iets willen verbeteren aan de situatie in de wereld, moeten we Kṛṣṇa-bewust worden, want dat is de menselijke samenleving zowel materieel als geestelijk het beste van dienst. Om alle afschuwelijke eigenschappen die we ontwikkeld hebben kwijt te raken, hoeven we slechts het proces van bhakti-yoga, toegewijde dienst, te volgen. We hebben vele anartha's ontwikkeld; ongewenste gewoonten, waarvan vlees eten, intoxicatie, ongeoorloofde seks en gokken de belangrijkste zijn. We kunnen ze echter intomen door de principes van bhakti-yoga te aanvaarden zoals die gepresenteerd worden in de Bhagavad-gītā en het Śrīmad-Bhāgavatam. Vrijwel niemand kent deze vedische geschriften en daarom schenkt niemand aandacht aan de instructies die ze geven. De mensen lezen liever de boeken van allerlei soorten schurken, en dat terwijl het doel van die boeken is het Kṛṣṇa-bewustzijn te doden.
Iemand die begoocheld is, zou kunnen denken dat hij van die ongewenste gewoonten af kan komen en gered kan worden door een of ander soort kunstmatige, mystieke meditatie. Het was inderdaad ooit mogelijk verlost te worden door de beoefening van astānga-yoga, de achtvoudige yoga-meditatie. Maar nu kan vrijwel niemand dit proces nog aan. Yoga op een kunstmatige manier beoefenen zal ons dus niet helpen.
Om de gevallen mensen in dit tijdperk van Kali te helpen is de Allerhoogste Heer vijfhonderd jaar geleden verschenen als Śrī Caitanya Mahāprabhu. Hij wist dat de mensen van dit tijdperk zelfs niet eens in staat zouden zijn de regulerende principes te volgen ,om dan nog maar te zwijgen van het beoefenen van astānga-yoga. Daarom gaf Hij de mahā-mantra – hare kṛṣṇa, hare Kṛṣṇa, kṛṣṇa kṛṣṇa,hare hare / hare rāma, hare rāma, rāma rāma, hare hare - zodat we ons geleidelijk aan kunnen verheffen naar het hoogste niveau van het geestelijk leven. Andere methoden van zuiveren of offeren kunnen we in dit tijdperk wel vergeten, want het grootste gedeelte van de mensheid is daar te gedegradeerd voor: Iedereen kan echter een begin maken met het zingen van Hare Kṛṣṇa. De Brhan-nāradīya Purāna (3.8.126) stelt:
harer nāma harer nāma
harer nāmaiva kevalam
kalau nāsty eva nāsty eva
nāsty eva gatir anyathā
"De enige manier om verlost te worden in dit tijdperk van strijd en schijnheiligheid is het aanroepen van de heilige naam van de Heer. Er is geen andere manier. Er is geen andere manier. Er is geen andere manier." Het aanroepen van de heilige naam van de Heer heeft altijd het grootst mogelijke effect, maar is speciaal effectief in dit tijdperk van Kali. Hoe deze effectiviteit in de praktijk werkt, zal nu door Śukadeva Gosvāmī worden uitgelegd met deze geschiedenis van Ajāmila, die door slechts de heilige naam van Nārāyaņa uit te spreken uit de greep van Yamarāja, de universele rechter, gered werd.

De gevaren van ongeoorloofde seks

Om het meeste uit de heilige naam van de Heer te halen, moet hij zonder overtredingen aangeroepen worden, en om dat te garanderen is enige ascese vereist. Op de eerste plaats moeten we ons niet inlaten met ongeoorloofde seks. Seks is een van de lichamelijke behoeften en wordt daarom tot op zekere hoogte door de sāstra's toegestaan. Je wordt toegestaan vredig met je vrouw samen te leven en seks te bedrijven voor het verwekken van kinderen. Buiten het verwekken van kinderen bestaat er geen noodzaak voor seks. Wie de verantwoordelijkheid van het gezinsleven niet aankan en een vrijgezel blijft, maar zich dan toch met seks inlaat, wordt als onverantwoordelijk beschouwd en zal daar de consequenties van moeten dragen.
Wie denkt dat het gezinsleven een te grote verantwoording met zich meebrengt kan er natuurlijk ook aan voorbijgaan en zo een hoop problemen vermijden. De verantwoording die men voor een gezin draagt is erg groot, en daarom moet een man die denkt dat hij die verantwoording niet aankan een brahmacārī blijven, een celibatair student. Wie onder leiding van een geestelijk leraar de wetenschap van het brahmacarya bestudeert en in de praktijk brengt, raakt al vanzelf voor vijfenzeventig procent los uit de materiële verstrikking.
Tegenwoordig wil echter niemand de ascese van het brahmacarya ondergaan. Iedereen wil ongetrouwd blijven, maar zich wel met seks inlaten. Op die manier verliezen de mensen hun goede eigenschappen. Er een vrouw op nahouden die niet beter is dan een prostituée en met haar seks bedrijven is een zonde. De kinderen die in zo'n relatie verwekt worden zijn ongewenst (varņa-sankara), en zo degradeert de hele samenleving zich.
Ajāmila raakte aangetrokken tot een prostituée en verwekte zelfs kinderen bij haar. Hij raakte zó gedegradeerd, dat hij zijn grote gezin niet met eerlijk werk kon onderhouden, en was daardoor gedwongen te bedelen, te lenen en te stelen. Als iemand zich met ongeoorloofde seks inlaat, volgen intoxicatie en gokken vanzelf. Zijn uitgaven zullen geen grenzen kennen, en om daar toch aan te kunnen voldoen zal hij zijn toevlucht moeten nemen tot bedrog en diefstal. De oorzaak van Ajāmila's verlaging was zijn ongeoorloofde omgang met de prostituée.
Dit is waarom ongeoorloofde seks in de beoefening van Kṛṣṇa-bewustzijn niet toegestaan is. Toegewijden moeten óf trouwen, óf celibatair blijven. Deze regulering is zeer effectief voor het behouden van een hoge standaard van zuiverheid.