Default View
Dual Language

Inleiding

De zondige Ajāmila was doodsbang toen hij daar op zijn sterfbed lag en zag dat drie gruwelijke, mensachtige wezens gekomen waren om hem uit zijn stervende lichaam te sleuren en mee te nemen naar het verblijf van Yamarāja, de heer des doods.
Verrassend genoeg ontsnapte Ajāmila dit afschuwelijke lot. Hoe? Daar komt u achter als u verder leest in Aan een zijden draad: het verslag van een bijna-dood ervaring.
Ook zult u vele belangrijke waarheden vinden met betrekking tot de fundamentele aard van het zelf en de realiteit, zodat u zich beter kunt voorbereiden op uw eigen onvermijdelijke ontmoeting met de dood.
Van confrontaties zoals Ajāmila had, wordt zelfs vandaag de dag verslag uitgebracht door mensen die op het randje van de dood stonden, wat zeker bijdraagt tot de geloofwaardigheid van het idee dat er leven is na de dood.
In 1982 publiceerde George Gallup Jr. Adventures in Immortality, waarin hij de resultaten vermeldde van een Amerikaans onderzoek naar het geloof in een leven na de dood, met inbegrip van bijna-dood ervaringen en uittredingen.
Zevenenzestig procent van de ondervraagden zei te geloven in een leven na de dood en vijftien procent zei zelf een soort bijna-dood ervaring gehad te hebben.
Deze mensen werd gevraagd hiervan een beschrijving te geven. Negen procent beschreef een gewaarwording van uittreding, terwijl acht procent het gevoel had dat er “tijdens de bijna-dood ervaring een speciaal wezen of meerdere wezens aanwezig waren".
Het onderzoek van Gallup is intrigerend, maar laat de volgende fundamentele vraag onbeantwoord: Is er enig wetenschappelijk bewijs voor bijna-dood ervaringen, en met name die waarbij men uittreedt?
Uit een onderzoek naar mensen die op het randje van de dood stonden en nauwkeurige verslagen konden geven van hun bewuste-loze fysieke lichaam vanuit een perspectief buiten dat lichaam, lijkt dat er wel op. Mensen die een hartaanval kregen, zwaargewonde soldaten en slachtoffers van ongelukken hebben allen dit soort ervaringen gerapporteerd.
Dr. Michael Sabom, cardioloog aan de Emory University Medical School, heeft op basis van dergelijke rapporten wetenschappelijk onderzoek verricht. Hij ondervroeg tweeëndertig gevallen van mensen die tijdens een hartstilstand een uittreding hadden. Tijdens een hartstilstand pompt het hart geen bloed meer naar de hersenen, en daarom is de patiënt volkomen bewusteloos. Toch waren zevenentwintig van de tweeëndertig gevallen in staat een vrij nauwkeurige visuele beschrijving te geven van hun resurrectie. De overgebleven zes gevallen gaven een buitengewoon gedetailleerde beschrijving van de specifieke resurrectie-technieken, die overeenkwamen met de vertrouwelijke gegevens van hun operaties zoals bijgehouden door het ziekenhuispersoneel.
Het resultaat van Sabom's onderzoek, wat te vinden is in zijn boek Recollections of Death: A Medical Investigation (1982), overtuigde hem van de realiteit van uittredingen. Hij concludeerde dat de geest een wezen is dat losstaat van de hersenen en dat een bijna-dood crisis een korte scheiding teweegbrengt tussen de geest en de hersenen. Sabom schreef: “Zou het kunnen zijn dat de geest die zich van de fysieke hersenen afscheidt in wezen de ziel is die doorgaat te bestaan na de dood van het fysieke lichaam, zoals verondersteld wordt door bepaalde religieuze doctrines? Zoals ik het zie, is dit de uiteindelijke vraag die naar voren komt uit verslagen over BDE."
In Aan een zijden draad worden de ware dimensies van die uiteindelijke vraag grondig onderzocht door de stichter-ācārya van de Internationale Gemeenschap voor Krishna-bewustzijn, Śrī Śrīmad A.C. Bhaktivedanta Swami Prabhupāda.
Het verhaal van Ajāmila werd duizenden jaren geleden door de geestelijk leraar Śukadeva Gosvāmī aan zijn discipel koning Pariksit verteld. Hun gesprek is vervat in het zesde canto van het Śrīmad-Bhāgavatam, het klassieke Sanskriet-geschrift dat bekendstaat als de rijpe vrucht van de boom van India's tijdloze vedische literatuur.
In 1975-76, tijdens het vertalen van het Śrīmad-Bhāgavatam vanuit het Sanskriet in het Engels, werkte Śrīla Prabhupāda aan het verhaal van Ajāmila. En zoals bij de rest van het werk, voorzag hij ook hier elk vers van een verhelderend commentaar.
Dit was echter niet de eerste keer dat Śrīla Prabhupāda het verhaal van Ajāmila uitgelegd had. Tijdens de winter van 1970-71 reisde Śrīla Prabhupāda met enkele van zijn westerse discipelen naar India. Ze hadden hem meerdere malen over Ajāmila horen spreken, en op hun verzoek gaf hij er nu een systematische serie lezingen over.
Aan een zijden draad bestaat dus uit teksten van het zesde canto van het Śrīmad-Bhāgavatam (hier vetgedrukt), delen van het commentaar van Śrīla Prabhupāda en uittreksels van de transcripties van zijn lezingen gedurende de 1970-71 India tour.
De geschiedenis van Ajāmila is dramatisch, indrukwekkend en boeiend, en de scherpe filosofische en metafysische discussies die het gebeuren rond Ajāmila's ontmoeting met de boodschappers van de dood en zijn verlossing doorweven, zullen zeker de interesse opwekken van iedereen die zich bezighoudt met de meest belangwekkende vragen van het leven.
De uitgevers