Default View
Dual Language

Tot slot

Op 19 juli 1976 aanvaardde Śrīla Prabhupāda mijn vrouw en mij als zijn leerlingen en gaf ons de namen Bhakti devi dāsī en Brahmatirtha dāsa. Als ik nu terugkijk op die tijd, dan besef ik wat een geluk ik heb gehad dat ik Śrīla Prabhupāda en mijn godsbroeders heb leren kennen.
Toen ik tijdens de initiatie mijn japa-mala [een kralensnoer dat gebruikt wordt bij meditatie] van Śrīla Prabhupāda ontving, beloofde ik de vier leefregels te volgen en elke dag de namen van God te chanten. Vier jaar tevoren had Srila Prabhupāda me al geadviseerd om deze regels na te leven; hij zei dat ik binnen zes maanden net als de andere toegewijden zou kunnen zijn en dat alle onnodige dingen (anartha's), zoals wereldse films en restaurants, me dan niet meer zouden aanspreken. "Het hele menselijke bestaan is ervoor bedoeld om gezuiverd te worden," zei hij. Ik hechtte er belang aan om gezuiverd te worden, hoewel ik niet precies wist wat het inhield. Ik was met het Peace Corps naar India gegaan in de hoop om er een hoger niveau van bewustzijn te kunnen ervaren. Dat het leven niets meer inhield dan het bevredigen van onze zintuigen, kon ik niet geloven, hoewel ikzelf door mijn zintuigen beheerst werd.
Later leerde ik begrijpen dat yoga betekent dat men aan de heerschappij van de zintuigen ontstijgt. Nadat ik teruggekeerd was in Amerika begon ik geologie te studeren, trouwde, en raakte enigszins verstrikt in huiselijke aangelegenheden, maar toch dacht ik nog heel dikwijls terug aan mijn gesprekken met Śrīla Prabhupāda en aan de aanwijzingen die hij me had gegeven. Een van zijn belangrijkste raadgevingen was geweest, dat ik gewoonweg met de toegewijden moest omgaan, en dat deed ik graag. Toegewijden zijn anders: omdat ze begrijpen dat het liefdevol dienen van de Allerhoogste het doel van het leven is, passen ze ervoor op om niet verstrikt te raken in allerlei onbelangrijke zaken die verband houden met zinsbevrediging en het vals ego. Ik ervaarde het bezoeken van de tempel altijd als zeer verkwikkend. Geleidelijk raakten mijn vrouw en ik met vele toegewijden bevriend en kregen we het verlangen om op de een of andere manier de beweging wat van dienst te zijn. Daarom organiseerde ik een bhakti-yoga-club op de universiteit en stelden we ons huis beschikbaar als overnachtingsplaats voor groepjes rondreizende toegewijden.
Doordat we Śrīla Prabhupāda’s aanwijzingen opvolgden, raakten zelfs onze eetgewoonten gezuiverd. Ik had in India tegen Śrīla Prabhupāda’s gezegd dat het voor mij niet mogelijk was om mijn voedsel te offeren op de manier zoals de toegewijden dat deden, omdat ik niet begreep dat Kṛṣṇa God is. Hij had me toen geantwoord dat het voldoende was als ik God dankte voor het voedsel voordat ik begon met eten. Dit deden we, en uiteindelijk nam onze toewijding zodanig toe, dat we ons voedsel daadwerkelijk gingen offeren. Het was een heel bijzondere ervaring om voor God te koken! En we raakten inderdaad bevrijd van de dwingende invloed van de tong.
Tenslotte waren we zover dat we volledig aan het tempelleven konden deelnemen. Door de genade van Kṛṣṇa kreeg ik een baan in de buurt van een tempel in Texas en begon de verschillende tempelprogramma's te volgen. Op die manier verdwenen alle anartha's, precies zoals Śrīla Prabhupāda’s had voorspeld. Het was alsof er een zware last van ons afviel; we waren niet langer dienaren van onze zintuigen, maar van God en Zijn toegewijden. Daarmee werd het ons duidelijk hoe waardevol Śrīla Prabhupāda’s aanwijzingen waren. Het menselijk leven is er niet voor bedoeld om te werken als een ezel en te genieten als een hond, maar we
moeten gezuiverd zien te raken en tot een hoger niveau van bewustzijn komen.
Hoewel ik nu geïnitieerd ben, heb ik nog steeds grote bewondering voor mijn geestelijk gevorderde godsbroeders. Ik verlang ernaar om steeds meer geestelijke vooruitgang te maken;
eigenlijk is initiatie alleen maar het begin.
Brahmatīrtha dāsa Adhikārī (Bob Cohen)
Houston, Texas
16 oktober, 1976