Default View
Dual Language

NEGEN

Een beslissing voor de toekoms

New York, 4 juli 1972
Bob: Ik heb uw vriendelijke brief ontvangen.

Śrila Prabhupāda: Oh.

Bob: Ongeveer een week geleden.
Śrila Prabhupāda: Je bent een intelligente jongen en je moet proberen deze filosofie te begrijpen. Dat is heel belangrijk. De mensen verspillen zoveel energie met het bevredigen van hun zintuigen. Ze zijn zich er totaal niet van bewust wat er in hun volgende leven zal gebeuren. Uit onwetendheid denken ze dat er geen volgend leven bestaat. Ze weten niet dat dit leven een voorbereiding is op hun volgende leven. In het moderne onderwijs dat aan de universiteiten wordt gegeven, wordt totaal voorbijgegaan aan deze eenvoudige kennis. Zelfs in de medische wetenschap is het bekend dat we elk moment van lichaam veranderen. Nadat we het ene lichaam hebben verlaten, krijgen we een ander lichaam. Hoe dit gebeurt en wat voor lichaam we zullen krijgen, dat kunnen we allemaal te weten komen. Als iemand bijvoorbeeld een bepaalde opleiding volgt, dan weet je dat hij na zijn examens ingenieur of arts zal zijn. Op dezelfde manier kun je je in dit leven voorbereiden op je volgende leven.
Barbara [Bob's echtgenote]: Kunnen we zelf beslissen wat we in ons volgende leven willen zijn?
Śrīla Prabhupāda: Ja, dat kun je zelf beslissen. Wij hebben besloten dat we in ons volgende leven terug naar Kṛṣṇa willen gaan. Dat hebben wij besloten om terug naar huis, terug naar God te gaan. Als je bijvoorbeeld besluit om ingenieur of arts te worden, ga je met dat doel voor ogen een bepaalde opleiding volgen. Op dezelfde manier kun je beslissen wat je wilt gaan doen in je volgende leven. Maar als je geen beslissing neemt, dan neemt de stoffelijke natuur een beslissing voor jou.
Barbara: Zou het kunnen dat ik in mijn vorige leven Kṛṣṇa-bewust ben geweest?
Śrila Prabhupāda: Dat is niet zo belangrijk. Maar je kunt het nu in ieder geval wel worden. Doe daarom je voordeel met onze gemeenschap voor Kṛṣṇa-bewustzijn.

Een toegewijde: Ze bedoelt of het mogelijk is dat ze in haar vorige leven een toegewijde van Kṛṣṇa is geweest en dat ze nu toch weer terug is gekomen.

Śrila Prabhupāda: Als iemand volkomen toegewijd is aan Kṛṣṇa, komt hij niet meer terug. Maar als er een kleine onvolkomenheid is, dan bestaat er inderdaad een kans dat hij terug moet komen. Toch zal zo iemand geboren worden in een goede familie, die hem stimuleert in het geestelijk leven. Sucinām śrimatām gehe yoga bhrasto 'bhijayate. ["De yogi die het niet gehaald heeft, wordt geboren in een religieus ingestelde of adellijke familie."] Met zijn hogere intelligentie kan de mens een beslissing voor de toekomst nemen, in tegenstelling tot het dier. Wij hebben onderscheidingsvermogen. Als ik dit doe, dan zal ik daar voordeel van hebben, en als ik dat doe niet. Als mens hebben we dit vermogen, en daarom moeten we het op de juiste manier gebruiken. Je dient te weten wat het doel van het leven is en dan je leven daarop af te
stemmen. Dat is menselijke beschaving...
Barbara: Hebt u Kṛṣṇa ooit gezien?
Śrīla Prabhupāda: Ja.
Barbara: Oh js, echt waar?
Śrila Prabhupāda: Dagelijks. Elk moment.
Barbara: Maar toch niet in een stoffelijk lichaam?
Śrīla Prabhupāda: Kṛṣṇa heeft geen stoffelijk lichaam.
Barbara: Maar in de tempel zijn er een heleboel afbeeldingen van Krsna...
Śrila Prabhupāda: Dat is geen stoffelijk lichaam. Je ziet de dingen materieel, omdat je nog niet geestelijk kunt zien. Omdat je stoffelijke ogen hebt, kun je Kṛṣṇa's geestelijke gedaante niet zien. Om je toch in de gelegenheid te stellen Hem te zien, doet Hij het voorkomen alsof Hij in een stoffelijk lichaam verschijnt. Maar dat Hij in Zijn goedheid Zichzelf kenbaar maakt, wil nog niet zeggen dat Hij een stoffelijk lichaam heeft. Stel dat de president zo vriendelijk is om je thuis te komen bezoeken, dan wil dat nog niet zeggen dat zijn positie en jouw positie hetzelfde is. Het getuigt alleen maar van zijn goedheid, dat hij je thuis opzoekt, maar het betekent niet dat jullie op hetzelfde niveau staan. Zo is het ook met Kṛṣṇa, we kunnen Hem normaal niet zien met de ogen die we nu hebben; daarom verschijnt Hij aan ons in een schilderij, of in steen of hout. Kṛṣṇa verschilt niet van deze beelden of schilderijen, omdat alles Kṛṣṇa is.
Barbara: Wat gebeurt er na de dood met onze ziel?
Śrila Prabhupāda: Je krijgt een ander lichaam.
Barbara: Meteen?
Śrīla Prabhupāda: Ja. Het is net als wanneer je gaat verhuizen. Je brengt eerst je nieuwe woning op orde, en als dat gebeurd is, verlaat je je oude huis.
Barbara: Weten we dan wat voor lichaam we zullen krijgen?
Śrila Prabhupāda: Ja, mits je kennis hebt ontwikkeld. Anders bepaalt de natuur het voor je. Wie kennis heeft, weet wat er gebeurt, maar voor wie geen kennis heeft, regelt de natuur alles.
Als je geen kennis hebt, betekent dat dat je je in dit leven ook niet hebt voorbereid op je volgende leven, en daarom zal de geestesgesteldheid die je toevallig op het tijdstip van de dood hebt, bepalen wat je volgende lichaam zal zijn, en dat wordt je dan door de natuur gegeven.

Barbara: En het chanten - wat gebeurt er als je chant?

Śrila Prabhupāda: Dat kun je aan de toegewijden vragen. Die zullen het je wel uitleggen.
Bob: Als Kṛṣṇa alles bestuurt, hoe bestuurt Hij dan een niet-toegewijde?
Śrila Prabhupāda: Door māyā. Net zoals de regering alles bestuurt. Een land wordt bestuurd door verschillende departementen en de koning staat aan het hoofd.
Bob: En hoe bestuurt Kṛṣṇa een toegewijde?
Śrila Prabhupāda: Op dezelfde manier dat je iemand begeleidt die je liefhebt. Als jij bijvoorbeeld een kind hebt waar je van houdt, geef je het leiding voor zijn eigen bestwil. Als je ziet dat het vuur wil aanraken, dan zeg je meteen: "Nee kindje, niet aankomen." Op dezelfde manier wordt een Kṛṣṇa-bewust persoon altijd behoed, omdat Kṛṣṇa hem begeleidt, terwijl mensen die niet Kṛṣṇa-bewust zijn onder het regime van māyā vallen, en māyā doet dan wat nodig is, zoals je wel meegemaakt zult hebben.
Bob: Is het van tevoren bepaald wanneer we zullen sterven?
Śrīla Prabhupāda: Ja.
Een toegewijde: En kunnen we daar niets aan veranderen?
Śrīla Prabhupāda: Nee, wij niet, maar Kṛṣṇa wel.
Een toegewijde: Is het ook voorbestemd dat iemand zelfmoord pleegt?
Śrila Prabhupāda: Nee, dat niet. Dat kun je doen met dat kleine beetje onafhankelijkheid dat je hebt. Het is niet natuurlijk om zelfmoord te plegen; het is onnatuurlijk. Met onze onafhankelijkheid kunnen we van natuurlijk "on-natuurlijk" worden. Voor een gevangene is er geen natuurlijke manier om uit de gevangenis te komen, maar als hij het op de een of andere manier voor elkaar krijgt om over de muur te springen, dan begaat hij opnieuw een misdaad, en als hij gearresteerd wordt, dan krijgt hij nog meer straf. Wij kunnen het lot dus niet veranderen, maar doen we het toch, dan zullen we daarvoor moeten boeten. Onze bestemming
kan echter door Kṛṣṇa veranderd worden als we Kṛṣṇa-bewust zijn. Kṛṣṇa kan daarvoor zorgen, niet wij. Kṛṣṇa zegt: aham tvām sarva papebhyo mokṣayisyāmi, "Ik zal je beschermen." Om je te beschermen, laat Hij de dingen anders verlopen.
Er zijn twee niveau's: dat van toegewijde en dat van niet-toegewijde. De niet-toegewijde valt onder het bestuur van de stoffelijke natuur en de toegewijde wordt direct door Kṛṣṇa bestuurd.
Een directeur van een groot bedrijf bestuurt zijn werknemers via de verschillende afdelingschefs die hij heeft aangesteld. Maar thuis bestuurt deze man zijn kinderen zelf.
Toch is hij in beide gevallen de bestuurder. Hetzelfde geldt voor God. Als iemand toegewijde
wordt, wordt hij door God bestuurd; en als hij geen toegewijde is, wordt hij bestuurd door Zijn tussenpersoon, māyā. Maar hij moet altijd bestuurd worden. Elke burger van Amerika wordt bestuurd door de regering. Als hij zich goed gedraagt, valt hij onder het bestuur van de civiele overheid en doet hij dat niet, dan komt het ministerie van justitie eraan te pas. Niemand kan dus ooit zeggen dat hij niet bestuurd wordt. Dat is niet mogelijk, want iedereen wordt bestuurd. Als iemand het tegendeel beweert, dan is hij niet goed wijs; zo iemand is gek. Iedereen wordt bestuurd, direct door God of door Zijn tussenpersoon māyā. Laat je je door māyā besturen, dan verspil je je leven en blijf je geboorte na geboorte in het stoffelijke bestaan, steeds in een ander lichaam. Maar als je ervoor kiest rechtstreeks door God bestuurd te worden, dan ga je na het verlaten van dit lichaam terug naar huis, terug naar God. Dan pas is je leven geslaagd. Het is niet mogelijk om te bestaan zonder bestuurd te worden. Wie dit begrijpt is intelligent.
In de Bhagavad-gītā staat ook: Bahūnāṁ janmanām ante jñānavān mām prapadyate: "Na vele malen geboren en gestorven te zijn, geeft hij die werkelijk kennis bezit zich aan Mij over." Vasudevaḥ sarvam iti: "Kṛṣṇa, Jij bent alles. Hier ben ik. Accepteer mij. Ik heb me nu volkomen aan Jou overgegeven. Je kunt met me doen wat Je wilt. Ik heb mij nu zolang door schurken van zintuigen laten besturen, zonder dat ik er iets mee bereikt heb. Mijn zintuigen hebben me ertoe aangezet mijn zogenaamde familie, gemeenschap, land en zelfs mijn hond te dienen, maar niets heeft me voldoening kunnen geven. Daarom kan ik nu de dingen zien zoals ze zijn. Ik heb mijn verstand terug en stel mezelf onder Je hoede. In plaats van bestuurd te worden door de hond, laat ik me besturen door God." Dat is Kṛṣṇa-bewustzijn. Heb je gezien hoe de mensen zich de baas laten spelen door een hond? De hond stopt en doet zijn behoefte, en zijn baas staat erbij te wachten. De baas denkt: "Ik ben de baas." Maar in werkelijkheid wordt hij bestuurd. Zo werkt māyā. Hij is de dienaar van zijn hond geworden, maar hij denkt: "Ik ben de baas." Tenzij iemand Kṛṣṇa-bewust is, kan hij deze dingen niet inzien. Wij kunnen inzien dat deze dwaas door zijn hond bestuurd wordt, maar hij denkt dat hij de baas is. Wat denk jij ervan? Wordt hij bestuurd door zijn hond of niet?
Bob: Ja.
Śrila Prabhupāda: Maar hij denkt: "Ik ben de baas van de hond." Een man wordt bestuurd door zijn vrouw en kinderen, bedienden... door iedereen, maar hij denkt: "Ik ben de baas." De
president denkt dat hij de baas is in zijn land, maar ook hij wordt bestuurd. Van de ene dag op de andere kan hij afgezet worden door het volk, zijn dienaren! Als hij zich kandidaat stelt, moet hij beloven een heel goed dienaar van het volk te zijn, en daarom stemmen ze op hem. "Goed, word jij dan maar president." Daarna moet hij weer campagnes houden om herkozen te worden. "Stem alsjeblieft op mij! Stem alsjeblieft op mij!" Dat bewijst opnieuw dat hij een dienaar is. Maar hij denkt dat hij de baas is. Dat is māyā. Iemand die bestuurd wordt door māyā, denkt van zichzelf dat hij de meester is, terwijl hij in werkelijkheid een dienaar is. Een toegewijde daarentegen denkt nooit van zichzelf dat hij de meester is. Die ziet zichzelf enkel als dienaar. Dat is het verschil tussen illusie en werkelijkheid. Een toegewijde weet tenminste dat hij nooit meester is maar altijd dienaar. Als een dienaar van zichzelf denkt dat hij de meester is, dan is hij in illusie. Maar als een dienaar er zich van bewust is dat hij een dienaar is, dan is dat geen illusie, maar mukti of bevrijding. Zo iemand wordt niet beheerst door onjuiste denkbeelden. Denk hier eens over na, toegewijde wordt nooit beheerst door onjuiste denkbeelden. Hij kent zijn positie.
Svarūpeṇa vyavasthitiḥ. Mukti of bevrijding betekent dat je gesitueerd bent in je ware positie. Ik ben een dienaar en als ik me daar bewust van ben, dan ben ik bevrijd. En als ik denk dat ik de meester ben, dan is dat gebondenheid. Dat is het verschil tussen gebonden en niet-gebonden bestaan. Deze toegewijden zijn zich er dus altijd van bewust dat ze dienaren van Kṛṣṇa zijn en dat maakt ze tot bevrijde zielen. Ze streven niet naar bevrijding, omdat ze zich al in hun ware positie bevinden. Ze zijn niet zo irreëel dat ze denken meester te zijn. Iedereen die dat denkt is in illusie. In geen enkel stadium van ons leven zullen we de baas zijn; we kunnen alleen maar dienaar zijn. Dat is onze positie. Wie zich op onnatuurlijke wijze als meester poseert, is gebonden, en wie zich vrijwillig overgeeft aan de allerhoogste meester is bevrijd. Een toegewijde streeft er niet naar om bevrijd te raken, maar als hij zich aan Kṛṣṇa of diens vertegenwoordiger overgeeft, dan is hij automatisch bevrijd.
Bob: Prabhupada, mensen die zich bezighouden met andere religies zoals het christendom, beweren dat zij geleid worden door Jezus. Is dat mogelijk?
Śrila Prabhupāda: Ja, maar zij aanvaarden zijn leiding niet. In de bijbel zegt Jezus bijvoorbeeld: "Gij zult niet doden," maar ze doen het toch. Hoe kunnen ze dan geleid worden door Jezus? Is het genoeg om alleen maar te zeggen dat je geleid wordt door Jezus? Wat hij zegt schijnt niet zo belangrijk voor hen te zijn. Dat noem ik geen leiding aanvaarden. Geen van hen wordt door Jezus Christus geleid. Dat is gewoon niet waar. Het is bijzonder moeilijk om iemand te vinden die werkelijk door Jezus Christus geleid wordt. Het is mogelijk om van Jezus leiding te krijgen, maar niemand geeft wat om hem. Ze gebruiken Jezus alleen maar als "aannemer" van hun zonden. Dat is hun filosofie. Zij begaan allerlei zonden en arme Jezus willen ze ervoor op laten draaien. Dat is hun religie. Daarom zeggen ze dat ze een hele goede religie hebben, "want Jezus Christus zal voor al onze zonden sterven." Is dat een goede religie? Ze hebben totaal geen medegevoel voor Jezus Christus. Als hij gestorven is voor onze zonden, waarom zou ik dan nog meer zondigen? Als zo'n grote persoonlijkheid zijn leven voor onze zonden heeft opgeofferd, behoren wij zijn leiding te aanvaarden. En niet van: "Wij zondigen gewoon verder en Jezus regelt wel dat mijn zonden worden vergeven; ik ga wel naar de kerk en na het biechten kan ik weer doen wat ik wil." Is dat normaal?
Bob: Nee.
Śrīla Prabhupāda: Iemand die werkelijk geleid wordt door Jezus Christus zal zeker bevrijd worden. Maar het is erg moeilijk om zo iemand te vinden.
Bob: Wat denkt u van jongelui die bij de Jezus-beweging zijn gegaan? Ze lezen regelmatig in de bijbel en proberen...
Śrila Prabhupāda: Maar geweld gaat toch tegen de instructies van de bijbel in. Hoe kunnen ze nog doden als ze de bijbel lezen?
Bob: Ik heb deze vraag eens aan een van hen gesteld, en hij beweerde dat Jezus ook vlees had gegeten.
Śrila Prabhupāda: Dat kan wel zo zijn. Hij mag alles eten, want hij is door God bekrachtigd. Maar hij heeft gezegd: "Gij zult niet doden. Je moet ophouden met doden." Zelf kan hij de hele wereld opeten, maar je moet jezelf niet met Jezus Christus vergelijken. Je kunt hem niet imiteren. Je moet je aan zijn aanwijzingen houden. Dan pas wordt je door Jezus Christus geleid. Dit is werkelijke gehoorzaamheid. Dit wordt uitgelegd in het Bhāgavata. Iemand die iśvara (bekrachtigd) is, kan alles doen, maar wij mogen zo iemand niet imiteren. Wij moeten doen wat hij zegt.
Jij zegt dat Jezus vlees heeft gegeten, maar je weet niet in wat voor situatie hij zich toen bevond. Hijzelf at vlees, maar adviseerde anderen om niet te doden. Denk jij dat Jezus Christus zichzelf tegensprak?
Bob: Nee.
Śrila Prabhupāda: Dat zou hij ook nooit doen. Het is een bewijs van vertrouwen in hem als je gelooft dat hij zichzelf nooit tegenspreekt. Waarom heeft hij dan vlees gegeten? Zelf weet hij het antwoord op die vraag, maar mij heeft hij gevraagd om niet te doden en daarom doe ik wat hij zegt. Zo hoort het. Jij bent Jezus Christus niet, en daarom mag je hem niet imiteren. Hij heeft zijn leven voor God opgeofferd. Kun jij dat? Waarom wil je hem dan nadoen? Als je net als Jezus ook vlees wilt eten, waarom imiteer je hem dan ook niet door je leven op te offeren voor het verspreiden van godsbewustzijn? Wat denk je daarvan? Als je tegen hen predikt kun je uitleggen hoe je erover denkt. Zij noemen zich christenen, maar wat doen ze voor God? Neem nu de zon. Als er urine op de grond ligt, kan de zon die door middel van verdamping opnemen, maar jij kunt de zon niet imiteren door ook urine te gaan drinken. Zo is het ook met Jezus. Hij is erg machtig. Voor hem is niets onmogelijk. Maar wij kunnen hem niet gaan imiteren. Wij moeten gewoon zijn instructies volgen. Dat is werkelijk christendom. Wij zijn niet in staat een machtig persoon na te doen. Dat is verkeerd.
In de vedische geschriften wordt er beschreven hoe er eens een oceaan vol gif was en de mensen wisten niet wat zij ermee aan moesten. Toen zei Heer Siva: "Goed ik zal hem leegdrinken." En hij dronk de hele oceaan vol gif op en hield al het gif in zijn keel. Kun jij gif drinken? Het hoeft geen oceaan te zijn, één bekertje is genoeg. Wij kunnen Śiva dus niet nadoen. Hij heeft ons ook nooit gevraagd gif te drinken. Laten we zijn advies dus volgen en hem niet nadoen. De hippies die LSD en marihuana gebruiken, zeggen dat Siva ook gañja rookte en dat ze het daarom ook doen, maar hij heeft ook een hele oceaan met gif leeggedronken. Kun jij dat?
Men moet zijn instructies aanvaarden. Hij zegt dat de allerhoogste verering de verering van Viṣṇu is. Viṣṇor ārādhanam param. Toen zijn vrouw Pārvati hem vroeg wie het best vereerd kon worden, zei hij: "De beste verering is de verering van Heer Viṣṇu [Kṛṣṇa]." Er zijn vele halfgoden, maar hij zei dat het vereren van Viṣṇu het beste was. En nog beter dan het vereren
van Viṣṇu is het vereren van een vaiṣṇava. Tadiyānām dienaren, of diegenen die een directe relatie met Hem hebben. De tulasi-plant heeft bijvoorbeeld een heel intieme relatie met Kṛṣṇa
en daarom wordt zij door ons vereerd. En zo is het met alles wat direct met Kṛṣṇa verbonden is. Dat te vereren, is nog beter dan de verering van Viṣṇu .
Bob: Hoe komt dat?
Śrila Prabhupāda: Omdat Kṛṣṇa daardoor tevreden wordt gesteld. Stel je voor dat jij een hond hebt en je vrienden aaien hem. Dan vind jij dat ook fijn. Je bent blij dat je vriend je hond aait. Begrijp je hoe het gaat? Je ziet het overal om je heen er komt een vriend langs die zegt: "Wat een mooie hond heb jij." [Gelach.]

[Er komen een paar Indiase gasten de kamer binnen.]
Srila Prabhupāda: Neem alstublieft wat prasāda.
[Śrīla Prabhupāda blijft met zijn gasten praten, soms in het Engels en soms in Hindi. Het is zijn laatste dag in New York en zijn vliegtuig vertrekt over een paar uur. Bob heeft zijn auto voorgereden om Śrīla Prabhupāda naar de Kennedy Airport te rijden. De toegewijden zijn druk in de weer om de bagage en de vertalingen van Śrīla Prabhupāda op orde te brengen en in de auto te leggen.]
Syāmasundara: Alles is gereed, Śrīla Prabhupāda. De auto staat klaar
Śrila Prabhupāda: Kunnen we gaan? Goed dan. Hare Kṛṣṇa!