Default View
Dual Language

VIJF

Zuiver worden

February 29, 1972
Bob: Ik stel het heel erg op prijs dat u mij toestaat om al mijn vragen te stellen.
Śrila Prabhupāda: Dat is mijn taak. De mensen dienen de wetenschap van God te begrijpen. Als wij ons leven niet in harmonie brengen met de Allerhoogste, dan heeft het geen enkele zin. Ik geef vaak het voorbeeld van de schroef. Als een schroef los van de machine is, heeft hij geen enkele waarde, maar zodra hij weer aan de machine bevestigd is, dan herkrijgt hij zijn waarde. Op dezelfde manier zijn wij deeltjes van God. Wat zijn wij waard zonder God? Totaal niets! We moeten ons weer met God verbinden. Dan krijgen we pas weer waarde.
Bob: Ik heb vandaag iemand ontmoet die hier naartoe was gekomen u zult het misschien grappig vinden omdat hij gehoord had dat de hippies in Māyāpura waren.
Śrila Prabhupāda: Wat?

Bob: Hij had gehoord dat er hippies in Māyāpura waren. Hij zei bepaalde dingen waar ik geen weerwoord op had, en hij zou morgen terugkomen om met de toegewijden te spreken. Maar ik zal u vertellen wat hij zei, want ik vond het nogal verwarrend. Toen hij jong was...

Śrila Prabhupāda: Is hij een Indiër?
Bob: Ja, een Indiër. Hij woont hier vlakbij en spreekt tamelijk goed Engels. Toen hij jong was, vereerde hij dagelijks heel trouw de godin Kāli [een halfgodin die in India door veel mensen aanbeden wordt]. Maar toen de overstroming kwam en hij al het leed om zich heen zag, heeft hij zijn geloof de rug toegekeerd. Nu vindt hij zijn geluk in het proberen om liefde te ontwikkelen tussen de mensen onderling. Ik wist niet hoe ik hem duidelijk moest maken dat hij toch God en religie weer aan zijn leven toe moest voegen. Hij zei dat hij er zich nu geen zorgen over kon maken of hij na de dood wel of niet één wordt met God. Hij had wel geprobeerd om religieus te leven, maar het had niet gewerkt. Een van de redenen dat ik deze vraag stel, is dat ik, eenmaal terug in Amerika, een heleboel van dit soort mensen zal tegenkomen. De mensen zien dat religie, zoals deze verering van Kāli en zoveel andere vormen van religie die ze om zich heen zien, niet werkt. Ik weet niet wat ik tegen ze moet zeggen om ze ervan te overtuigen dat religie wel waardevol is.

Śrila Prabhupāda: In dit stadium moet je dat ook niet proberen. Tracht eerst zelf overtuigd te raken.

Bob: Ja, ik heb hem aangeraden om met de toegewijden te praten, maar toen hij later wegging, vroeg ik hem weer om nog eens terug te komen... oh, ja ik begrijp het.
Śrila Prabhupāda: Jij moet eerst overtuigd zijn, en daarna kan je proberen anderen te overtuigen. Caitanya Mahāprabhu’s heeft gezegd dat je anderen pas helpen kan, als je eigen leven geslaagd is:
bhārata-bhūmite haila manuṣya-janma yāra
janma sārthaka kari’ kara para-upakāra
Maak eerst je eigen leven perfect, en probeer daarna pas anderen te onderwijzen.
Bob: De toegewijden zeggen dat je niet gelukkig kan zijn als je je niet voortdurend bewust bent van Kṛṣṇa. Maar ik voel me soms wel gelukkig.
Śrila Prabhupāda: Ja soms, maar niet altijd.
Bob: Nee.
Śrila Prabhupāda: Maar als je Kṛṣṇa-bewust wordt, zul je altijd gelukkig zijn.
Bob: Zij bedoelden dat er zonder Kṛṣṇa-bewustzijn helemaal geen geluk mogelijk is.
Śrila Prabhupāda: Ja, dat klopt. Als je bijvoorbeeld een landdier bent en je wordt in het water gegooid, kun je onder geen enkele omstandigheid gelukkig zijn. Je wordt pas weer gelukkig als je op het land terug bent. Op dezelfde manier zijn wij deeltjes van Kṛṣṇa en kunnen we niet gelukkig zijn als we niet handelen als deeltjes van Hem. Een ander voorbeeld: een machineonderdeel dat niet aan de machine bevestigd is, heeft geen enkele waarde, maar zodra het weer aan de machine zit, heeft het weer nut. Wij zijn deeltjes van Kṛṣṇa; we moeten terug naar Kṛṣṇa. We kunnen onmiddellijk naar Kṛṣṇa toe, door middel van ons bewustzijn. We hoeven alleen maar te denken: "Ik ben van Kṛṣṇa, en Kṛṣṇa is van mij." Dat is alles.
Bob: Wat zegt u? Kṛṣṇa is...
Śrila Prabhupāda: Kṛṣṇa is van mij.

Bob: Van mij?

Śrila Prabhupāda: Ja, van mij. Mijn Kṛṣṇa.

Bob: Aha.

Śrila Prabhupāda: Kṛṣṇa is van mij. Kṛṣṇa is van mij.

Bob: Ja.

Śrila Prabhupāda: En ik ben van Kṛṣṇa. Dat is onze eigenlijke
positie.

Bob: Wij zijn een deeltje van Kṛṣṇa.

Śrila Prabhupāda: Ja. Alles maakt deel uit van Kṛṣṇa, omdat
alles is ontstaan door de energie van Kṛṣṇa en omdat alles de energie van Kṛṣṇa is.

Een Indiase bezoeker: Śrila Prabhupāda, ik heb een vraag. Wat is de waarde van dienstbaarheid zonder toewijding?

Śrila Prabhupāda: Hm? Dat is geen dienstbaarheid, dat is handel. [Iedereen lacht.] We hebben hier in Māyāpura bijvoorbeeld een aannemer in dienst. Die doet dus geen toegewijde dienst, want hij werkt alleen voor het geld. Soms zie je dat ze adverteren: "Bij ons is de klant koning," maar ondanks die mooie woorden blijft het handel, want een klant moet per definitie betalen. Toegewijde dienst is heel anders. Caitanya Mahāprabhu bad tot Kṛṣṇa:

yathā tathā vā vidadhātu lampato
mat-prāṇa-nāthas tu sa eva nāparaḥ


"Je kunt met Me doen wat Je wilt, maar Je blijft altijd Mijn Heer, die Ik aanbid." Dat is toegewijde dienst; als je er niets voor terug hoeft te hebben. Als dat wel zo is, dan ben je met handel bezig.
Bob: Zou u mij kunnen vertellen hoe ik kan ervaren dat ik dichter bij God kom? Ik moet binnenkort weer vertrekken en ik...
Śrila Prabhupāda: Je moet gezuiverd worden.

Bob: Ik kom soms naar de tempel en dan ga ik weer, maar ik weet niet zeker in hoeverre me dat helpt.

Śrila Prabhupada: Het kost niet veel tijd. Binnen zes maanden voel je al vooruitgang. Maar je moet wel de leefregels volgen; dan komt alles goed. Net zoals deze jongens en meisjes doen.
Bob: Ja, ik begrijp het.
Śrila Prabhupāda: Zij hebben geen behoefte meer om naar de bioscoop of naar een hotel te gaan. Ze hebben alle anartha's (overbodige activiteiten) opgegeven.

Bob: Ik... ik heb het gevoel dat als ik terugga, dat ze...

Śrila Prabhupāda: Het hele menselijke bestaan is bedoeld om gezuiverd te raken.

Bob: Ja.

Śrila Prabhupāda:
tapo divyaṁ putrakā yena sattvaṁ
 śuddhyed yasmād brahma-saukhyaṁ tv anantam
Sattva betekent bestaan. Als je je bestaan dus niet zuivert, zul je van lichaam moeten veranderen. Van het ene lichaam naar het andere. Soms zal het een hogere geboorte zijn en soms een lagere. Als je bijvoorbeeld een ziekte niet geneest, kun je een heleboel problemen krijgen. Hetzelfde gebeurt wanneer je je bestaan niet zuivert. Dan moet je van het ene lichaam naar het andere verhuizen. In de natuur gelden heel subtiele wetten. Er is geen garantie dat je een aangenaam lichaam krijgt of weer een Amerikaan wordt. Daarom is het heel belangrijk dat je je bestaan zuivert. Doe je dat niet, dan zul je alleen maar smachten naar geluk, maar je
zult het zelden ervaren.
Bob: Als ik weer terug ben in New York, zal ik proberen om zuiver te worden, maar ik weet zeker dat ik nooit zo zuiver zal worden als uw leerlingen. Ik zie het mezelf gewoon niet doen.
Śrila Prabhupāda: Je moet hetzelfde doen als zij. In het begin waren zij ook niet zuiver, maar nu wel. Jij kunt even zuiver wor den als zij. Als kind wist je ook zoveel dingen niet die je nu wel weet.
Bob: Wat zou ik dan moeten doen? Als ik terugga moet ik...
Śrila Prabhupāda: Wanneer ga je terug?
Bob: Ik ga terug naar Chaibasa om daar te werken en...
Śrila Prabhupāda: Wat is er dan te doen in Chaibasa?
Bob: Daar geef ik les, en daar woon ik ook.
Śrila Prabhupāda: Het is beter om geen les meer te geven want je weet niet wat je moet vertellen.
Bob: [Lacht.] Ik zal wel moeten hoewel ik niet zo van dit werk hou. In mei ga ik weer terug naar Amerika, maar zolang ik hier ben, moet ik mij aan de afspraken houden.

Śrila Prabhupāda: Als je serieus bent, kun je overal zuiver blijven. Het maakt niet uit of je in Amerika of in India woont. Je moet alleen weten hoe je jezelf zuiver kunt houden. Dat is alles.

Bob: U bedoelt door deze regels te volgen?

Śrila Prabhupāda: Ja. Ik ben bijvoorbeeld naar Amerika gegaan, maar of ik nu in Amerika ben of in India, ik blijf hetzelfde.

Bob: Ik heb na onze eerste ontmoeting [november 1971, in Calcutta] een beetje geprobeerd de regels te volgen.

Śrila Prabhupāda: Hm. Als je serieus bent, moet je ze strikt volgen.

Bob: Misschien is wat ik nu ga zeggen wel het stomste dat ik tot nu toe gezegd heb. Maar ik zal u eens vertellen hoe ik mij voel.

Śrila Prabhupāda: Nee, nee, het is niet stom, het is alleen imperfect.

Bob: O.K. [Hij lacht.] Imperfect. Maar ik zal het u vertellen. Op het moment bewonder en respecteer ik uw toegewijden, maar ik heb niet het idee dat ik bij hen hoor; ik heb niet eens een groot verlangen om erbij te horen. Ik wil alleen doen wat goed is en zo dichter tot God komen. En als mijn volgend leven beter wordt, dan ben ik daarmee tevreden.
Śrila Prabhupāda: Dat is heel goed.
Bob: Het zal wel een vorm van materiële gehechtheid zijn, maar...
Śrila Prabhupāda: Je moet gewoon doen wat zij gedaan hebben en dan wordt je verlangen vervuld. Hier leren we de mensen hoe ze zuiver en gelukkig kunnen worden. Dat is onze missie. Wij willen iedereen gelukkig zien. Sarve sukhino bhavantu. De mensen weten niet hoe ze gelukkig moeten worden. Ze volgen niet het juiste pad om gelukkig te worden, maar ze verzinnen hun eigen manier. Dat is het probleem. Daarom gaf Rṣabhadeva zijn zonen de volgende raad: "Mijn beste zonen, als je het bovenzinnelijke wilt realiseren dan moet je een sober leven leiden." Iedereen moet door bepaalde moeilijkheden heen. Ik ken een jongen die naar een vreemd land moest gaan om bedrijfskunde te studeren, maar nu heeft hij een hele goede positie. Iedereen moet dus een bepaald offer brengen voor de toekomst. Waarom zouden we dan niet dat offer kunnen brengen dat ons permanent gelukkig maakt?
Je moet je bestaan en je lichaam zuiveren. Iedere keer dat je een stoffelijk lichaam aanneemt, zul je het ook weer moeten opgeven, maar pas als je een geestelijk lichaam krijgt, verandert er niets meer. Dat geestelijke lichaam heb je eigenlijk al, maar doordat je besmet bent geraakt door de materie heb je een stoffelijk lichaam ontwikkeld. Als je je met geestelijke activiteiten bezig houdt, ontwikkel je daarmee je geestelijke lichaam. Wanneer je een ijzeren staaf in het vuur houdt, krijgt die de eigenschappen van vuur. Is het niet?
Bob: Wanneer je een ijzeren staaf in het vuur houdt?
Śrila Prabhupāda: Ja, dan wordt die net als vuur.
Śrila Prabhupāda: Ook al is ze van ijzer.

Bob: Ja.
Śrila Prabhupāda: Op dezelfde manier zal jouw lichaam, als je altijd bezig bent met geestelijke zaken, geestelijke eigenschappen gaan vertonen, hoewel het toch stoffelijk is. Als een ijzeren staaf roodgloeiend is, verbrandt hij alles wat je ermee aanraakt, omdat die staaf de eigenschappen van vuur heeft gekregen. En als jij altijd Kṛṣṇa-bewust blijft, dan zul je vergeestelijkt raken. Je zult geestelijk handelen en geen materiële verlangens meer hebben.
Bob: Hoe kom ik zover?

Śrīla Prabhupāda: Door deze methode te volgen, net als zij. Heb je die zes jongens gezien die vandaag ingewijd zijn? Het is heel eenvoudig. Je moet de vier regels volgen en chanten met behulp van deze kralenketting; heel gemakkelijk.

Bob: Ja maar als ik terug ben in Bihar en daar weer mijn eigen leven leid, heb ik... ik volg nu wel een paar van deze regels, maar niet allemaal.
Śrīla Prabhupāda "Een paar" betekent...?

Bob: Een paar?

Śrila Prabhupāda: Er zijn maar vier leefregels. Betekent "een paar" twee of drie?
Bob: Ja, twee of drie.
Śrila Prabhupāda: Nou, waarom dan die vierde ook niet?
Bob: Nee, nee, ik volg er een of twee.
Śrila Prabhupāda: [Lacht.] En waarom die andere drie niet? Wat is het probleem? Welke van de vier volg je al?
Bob: Welke ik volg? Nou, ik ben bijna vegetariër, maar ik eet nog wel eieren.
Śrila Prabhupāda: Vegetariër zijn is niet zo'n prestatie.
Bob: Nee.
Śrila Prabhupāda: Duiven zijn vegetariër, apen ook de meest onbenullige dieren...
Bob: Kijk, het is...
Śrila Prabhupāda: Apen zijn vegetariër. Deze naakte sannyāsi's wonen in het bos... de meest brutale...
Bob: Ik... ik had toch het idee dat het een stapje vooruit was, omdat het in het begin nog wat moeilijker was en later gemakkelijker werd en...

Śrila Prabhupāda: Je kunt alleen alle regels volgen als je de methode van het Kṛṣṇa-bewustzijn volgt anders gaat het niet.

Bob: Ja, dat is het. Ik heb... als ik terug ben in Bihar, dan - hm - zeggen mijn vrienden misschien... Als we 's avonds bij elkaar zitten en niets anders te doen hebben dan de muskieten van ons af te houden en iemand voorstelt: "Zullen we wat marihuana roken?" Dan zeg ik "Ja", omdat er niets anders te doen is en ik zo mijn avond prettig door kan brengen. Toen ik in Bihar was deden we dat op een gegeven moment praktisch iedere avond, tot we realiseerden dat het niet goed voor ons was. Toen zijn we ermee opgehouden, maar zo nu en dan...
Śrila Prabhupāda: Je moet bij ons komen wonen. Dan kunnen je vrienden je ook niet vragen of je wat marihuana wilt roken. [Bob lacht]. Je moet met de toegewijden omgaan. Wij openen centra om mensen de gelegenheid te geven met ons om te gaan. Waarom zouden wij anders zoveel land kopen in Māyāpura? Degenen die een serieus verlangen hebben, komen bij ons wonen. De omgang met toegewijden is heel belangrijk. Als je met dronkaards omgaat, wordt je een dronkaard en als je met sādhu’s omgaat, wordt je een sādhu.
Syāmasundara: Hij kan naar Bombay komen en daar bij u zijn.
Śrila Prabhupāda: Ja, je kunt bij ons in Bombay komen wonen. Maar hij heeft liever vrienden met marihuana. Dat is het probleem.
Bob: Mag ik u eerst wat anders vragen, dan kan ik hier misschien later op terugkomen. Ik heb ontdekt dat ik teveel aan mezelf denk, en daarom niet zoveel aan God kan denken. Hoe kan ik mezelf vergeten zodat ik me meer op andere, belangrijkere dingen kan concentreren?
Śrila Prabhupāda: Dan moet je doen zoals zij [de toegewijden] hebben gedaan.
Bob: [Lacht.] U bedoelt dat mijn weg... als ik het goed begrijp, bedoelt u dat ik toegewijde moet worden om gezuiverd te raken.
Śrila Prabhupāda: Heb je twijfels?
Bob: Nou, ik...
Śrila Prabhupāda: Is het zo moeilijk om toegewijde te worden?
Bob: Voor mij wel. Ik heb niet zo'n sterk verlangen. De toegewijden hebben me verteld dat zij het materiële leven hebben opgegeven. Ze hebben me uitgelegd dat je door deze vier leefregels te volgen het materiële leven opgeeft. En dat kan ik inzien. In plaats daarvan hebben zij...
Śrila Prabhupāda: Wat bedoel je met materieel leven? [Bob zegt niets] Ik zit op dit bed. Is dat materieel of geestelijk?
Bob: Materieel.
Śrila Prabhupāda: Hoezo hebben we dan het materiële bestaan opgegeven?
Bob: Ik heb materieel leven geïnterpreteerd als het verlangen naar materieel gewin...
Śrīla Prabhupāda: Wat is materieel?
Bob: Het streven naar materieel gewin en het niet loslaten van onze bezittingen.
Śrila Prabhupāda: Materieel bestaan houdt in dat je ernaar streeft je zintuigen te bevredigen, dat is materieel bestaan. En als je het verlangen hebt om God te dienen, dan is dat geestelijk leven. In onze huidige staat proberen we onze zintuigen te dienen, maar als we in plaats daarvan God gaan dienen, dan is dat geestelijk leven. Wat is anders het verschil tussen onze activiteiten en de activiteiten van anderen? Wij maken ook gebruik van een tafel, stoel, bed, bandrecorder, typemachine dus wat is dan het verschil? Het verschil is dat we alles gebruiken voor Kṛṣṇa.
Bob: De toegewijden zeggen dat de zinnelijke geneugten die ze hebben opgegeven, vervangen zijn door geestelijke vormen van geluk, maar kijk ik heb dat nog niet ervaren.
Śrila Prabhupāda: Geestelijke vreugde komt wanneer je het verlangen hebt om Kṛṣṇa te plezieren. Dat is geestelijk geluk. Een moeder geniet bijvoorbeeld meer wanneer zij haar kind ziet eten dan wanneer ze zelf eet.
Bob: Hmm. Geestelijke vreugde bestaat dus uit het tevredenstellen van God.
Śrila Prabhupāda: Geestelijke vreugde betekent het plezier van Kṛṣṇa.
Bob: Kṛṣṇa tevredenstellen.
Śrila Prabhupāda:: Ja. Materieel plezier betekent het plezier vande zintuigen, meer niet. Als je gewoon probeert Kṛṣṇa te plezieren, dan is dat geestelijke vreugde.
Bob: Ik dacht altijd dat je God tevreden kon stellen door...
Śrila Prabhupāda: Je kunt niet je eigen manier verzinnen om God te plezieren. Als ik jou bijvoorbeeld een plezier wil doen, dan vraag ik: "Hoe kan ik je van dienst zijn?" Ik doe niet zomaar iets, want daarmee doe ik je geen plezier. Stel je voor dat ik een glas water wil. Als jij dan denkt: "Svāmīji zal het fijner vinden als ik hem een glas warme melk geef," dan ben ik daar natuurlijk niet blij mee. Als je mij een plezier wilt doen, dan moet je mij vragen: "Waar kan u mee van dienst zijn?" En als je dan doet wat ik vraag, zal ik tevreden zijn.
Bob: En om Kṛṣṇa tevreden te stellen moet ik een toegewijde van Hem worden.
Śrīla Prabhupāda: Een toegewijde is iemand die Kṛṣṇa altijd tevredenstelt. Hij doet niets anders. Dat is een toegewijde.
Bob: Kunt u mij wat meer vertellen over het chanten van Hare Kṛṣṇa? Ik heb nu al een tijdje gechant maar nog niet regelmatig - zo af en toe. Ik heb pas een kralenketting gekregen en soms vind ik het prettig om te chanten en soms helemaal niet. Misschien doe ik het niet goed. Ik weet het niet.
Śrila Prabhupāda: Ja, alles moet op een bepaalde manier gedaan worden. Je moet de juiste methode volgen.
Bob: De toegewijden vertellen me dat ze transcendentale vreugde ervaren tijdens het chanten.
Śrila Prabhupāda: Ja, hoe zuiverder je wordt, hoe meer vreugde je zult ervaren. Het chanten zelf is de manier om gezuiverd te raken.