Default View
Dual Language View
TWEE
De vedische beschaving: varṇāśrama-dharma
28 februari 1972
Bob: Ik heb aan verschillende toegewijden gevraagd hoe zij over seks denken; nu kan ik hun houding wel begrijpen, maar ik zie het mezelf nog niet zo doen. Het is namelijk zo dat ik aan het eind van deze zomer ga trouwen.
Śrīla Prabhupāda: Hmm?
Bob: Als ik in augustus of september terugkeer naar Amerika, ga ik trouwen. De toegewijden zeggen dat getrouwde mensen alleen geslachtsverkeer hebben als ze een kind willen verwekken. Ik kan me helemaal niet voorstellen dat ik zo zou kunnen leven. Wat voor seksueel leven is er toegestaan voor iemand die nog in de maatschappij leeft?
Śrila Prabhupāda: Het vedische principe is dat seks volkomen vermeden moet worden. Men moet er namelijk naar streven van elke materiële gebondenheid bevrijd te raken. Men kan aan verschillende vormen van materieel genot gehecht raken, maar van alle vormen van materieel genot is seks de hoogste. Het Bhāgavatam verklaart: pumsaḥ striyā mithuni-bhāvam etam.
De man is gehecht aan de vrouw en de vrouw is gehecht aan de man. Dit geldt niet alleen voor mensen, maar ook voor dieren. Het hele materiële bestaan is gebaseerd op die gehechtheid. Een vrouw verlangt dus naar omgang met een man en een man verlangt naar omgang met een vrouw. In alle romans, toneelstukken, films en zelfs in gewone advertenties zien we deze gehechtheid uitgebeeld. pravṛttir esa bhūtānāṁ nivṛttis tu mahāphalām Deze gehechtheid is dus al aanwezig.
De man is gehecht aan de vrouw en de vrouw is gehecht aan de man. Dit geldt niet alleen voor mensen, maar ook voor dieren. Het hele materiële bestaan is gebaseerd op die gehechtheid. Een vrouw verlangt dus naar omgang met een man en een man verlangt naar omgang met een vrouw. In alle romans, toneelstukken, films en zelfs in gewone advertenties zien we deze gehechtheid uitgebeeld. pravṛttir esa bhūtānāṁ nivṛttis tu mahāphalām Deze gehechtheid is dus al aanwezig.
Bob: Gehechtheid tussen man en vrouw?
Śrila Prabhupāda: Ja. Als je daarom los wilt komen van deze stoffelijke wereld, moet je deze gehechtheid volledig opgeven. Als we deze gehechtheid echter niet opgeven, zullen we weer geboren moeten worden; als mens, als halfgod of als dier. Daar ontkom je niet aan.
Hoewel het de algemene tendens is de materiële gehechtheid te laten toenemen, houden wij ons daar niet mee bezig. Gṛha, kşetra, suta [huis, land en kinderen]. Het is het beste als we die gehechtheid kunnen verminderen of zelfs geheel opgeven. Daarom wordt in het vedische systeem een jongen eerst getraind als brahmacārī, dat betekent: geen seksueel leven. De vedische cultuur is erop gericht gehechtheid te verminderen en niet te vergroten. Daarom wordt het systeem varṇāśrama-dharma genoemd.
Het Indiase systeem is opgebouwd uit varṇa's en āśrama’s: vier maatschappelijke en vier geestelijke geledingen. Brahmacarya [celibatair studentenleven], gṛhastha [het gezinsleven], vānaprastha [zich terugtrekken uit het wereldse bestaan] en sannyāsa [volkomen onthechting] zijn de geestelijke geledingen. De maatschappelijke geledingen zijn: brāhmaṇa's [intellectuelen], ksatriya's [bestuurders], vaiśyas [handelaren en boeren] en śūdras [arbeiders]. Dit systeem met zijn regulerende principes is zo goed, dat zelfs al is iemand ertoe geneigd van het materiële leven te genieten, hij zo geleid wordt dat hij uiteindelijk toch bevrijd raakt en terug naar huis, terug naar God kan gaan.
Zo gaat dat in zijn werk. Seksueel leven is dus geen noodzaak, maar omdat we er zo aan gehecht zijn, is het toegestaan, mits we bepaalde regels en bepalingen volgen.
[Chanting starts somewhere in the background, with exotic mṛdaṅga drumbeats amid laughing and the loud blowing of horns.]
In het Srimad-Bhāgavatam (5.5.8) staat het volgende:
puṁsaḥ striyā mithunī-bhāvam etaṁ
tayor mitho hṛdaya-granthim āhuḥ
ato gṛha-kṣetra-sutāpta-vittair
janasya moho ’yam ahaṁ mameti
tayor mitho hṛdaya-granthim āhuḥ
ato gṛha-kṣetra-sutāpta-vittair
janasya moho ’yam ahaṁ mameti
Seksuele gehechtheid de gehechtheid tussen man en vrouw is het basisprincipe van het materiële bestaan. En wanneer een man en een vrouw met elkaar verbonden zijn, neemt deze gehechtheid toe. Vervolgens willen ze een gṛha [huis], kṣetra [land], suta [kinderen], āpta [vrienden en maatschappelijk aanzien] en vitta [geld]. Op deze manier raakt men verstrikt. Janasya moho 'yam: dit is de illusie. En door deze illusie denkt hij: ahaṁ mameti: "Ik ben dit lichaam, en alles in relatie tot dit lichaam is van mij."
Bob: Wat is dat ook alweer?
Śrīla Prabhupāda: Deze gehechtheid neemt toe. Door materiële gehechtheid denken we dat we het lichaam zijn en dat de plaats waar het lichaam geboren is ons land is. "Ik ben Amerikaan, ik ben Indiër, ik ben Duitser, ik ben dit, ik ben dat, ik ben dit lichaam. Dit is mijn land. Ik ben bereid alles op te offeren voor mijn land en mijn volk." Op deze manier wordt de illusie steeds groter en daardoor krijgt men na de dood van dit lichaam weer een ander lichaam. Dit kan een hogere of een lagere lichaamsvorm zijn, afhankelijk van iemands karma. Als iemand een hogere lichaamsvorm krijgt, blijft hij nog steeds verstrikt, zelfs al gaat hij naar de hemelse planeten. Maar wordt hij een hond of een kat, dan is hij verloren. Het is zelfs heel goed mogelijk dat iemand het lichaam van een boom krijgt.
Deze wetenschap, hoe de ziel van het ene lichaam naar het andere verhuist en hoe zij gevangen raakt in verschillende soorten lichamen, is in de wereld niet bekend. Toen Arjuna het erover had dat hij zijn broer en zijn grootvader, die bij de tegenpartij behoorden, moest gaan doden, identificeerde hij ze met hun lichaam. Maar toen er geen oplossing kwam voor zijn probleem, gaf hij zich over aan Kṛṣṇa en accepteerde Hem als geestelijk leraar. Het eerste wat Kṛṣṇa deed was Arjuna terechtwijzen:
aśocyān anvaśocas tvaṁ
prajñā-vādāṁś ca bhāṣase
gatāsūn agatāsūṁś ca
nānuśocanti paṇḍitāḥ
prajñā-vādāṁś ca bhāṣase
gatāsūn agatāsūṁś ca
nānuśocanti paṇḍitāḥ
"Je praat als een geleerd man, maar je bent een grote dwaas, omdat je denkt dat je dit lichaam bent." Seksualiteit vergroot dus de neiging onszelf met ons lichaam te identificeren. Daarom streven we ernaar ons volkomen van deze gehechtheid te bevrijden.
Bob: En dit moet gedurende de verschillende stadia van het leven gebeuren?
Śrila Prabhupāda: Ja. Een jongen studeert tot zijn vijfentwintigste jaar. Hij heeft dan nooit geslachtsgemeenschap [Brahmacarya]. Sommige van deze jongens blijven naiṣṭhika-brahmacārī [celibatair voor het leven]. Door hun opleiding en doordat ze volledig vertrouwd geraakt zijn met geestelijke kennis, hebben ze geen verlangen om te trouwen. Een andere beperking is dat men geen geslachtsgemeenschap mag hebben buiten het huwelijk. Daarom bestaat er in de menselijke samenleving de mogelijkheid om te trouwen en bij de dieren niet.
Maar de menselijke samenleving zakt geleidelijk naar het niveau van de dieren. Dit werd in de śāstras al voorspeld. Dāmpatye ’bhirucir hetuḥ: in het kali-yuga [het huidige tijdperk van strijd], zullen uiteindelijk geen huwelijken meer voltrokken worden; man en vrouw zullen gewoon zonder enige officiële verbintenis met elkaar gaan samenwonen en hun verhouding zal enkel op seks gebaseerd zijn. Als de man of de vrouw op seksueel gebied niet voldoet, zal dat een reden zijn om te scheiden. Deze gedachte is door vele westerse filosofen, onder wie Freud, aangemoedigd. Maar in de vedische cultuur is seks alleen bedoeld voor het verwekken van kinderen, dat is alles. We hoeven de psychologie van het seksuele leven niet te bestuderen. Hiervoor bestaat namelijk al een natuurlijke psychologie. De seksuele drang is bij iedereen aanwezig; men hoeft er geen filosofie voor te hebben gestudeerd. Iedereen weet al hoe het moet. [Hij lacht.] Het wordt al overal gedaan. Er moet juist onderwijs gegeven worden om er een eind aan te maken. Dat is werkelijk onderwijs. [Het gesprek valt even stil; we horen het geluid van fietsbellen, spelende kinderen en mensen die naar elkaar roepen.]
Bob: Dit is een nogal radicaal standpunt in onze huidige Amerikaanse maatschappij.
Śrila Prabhupāda: Er zijn zoveel dingen in Amerika die veranderd moeten worden en de beweging voor Kṛṣṇa-bewustzijn zal ervoor zorgen dat het gebeurt. Toen ik in Amerika aankwam en zag dat jongens en meisjes gewoon vriendschappelijk met elkaar samenwoonden, heb ik tegen mijn leerlingen gezegd dat ze moesten trouwen.
Bob: De reden waarom veel mensen niet meer willen trouwen is dat het huwelijk niet meer als heilig beschouwd wordt. De mensen trouwen en zodra er iets verkeerd gaat, is het zo gemakkelijk om weer te scheiden...
Śrīla Prabhupāda: Ja, ook dat.
Bob: ...zodat sommige mensen gaan denken dat het geen betekenis heeft om te trouwen.
Śrila Prabhupāda: Nee, hun idee is dat het huwelijk bedoeld is als een legale vorm van prostitutie. Zo wordt er gedacht. Maar dat is geen huwelijk. Ik las in dat christelijke krantje hoe heet het ook al weer? Wacht?
Śyāmasundara: De Wachttoren?
Śrila Prabhupāda: Nee, hun idee is dat het huwelijk bedoeld is als een legale vorm van prostitutie. Zo wordt er gedacht. Maar dat is geen huwelijk. Ik las in dat christelijke krantje hoe heet het ook al weer? Wacht?
Śyāmasundara: De Wachttoren?
Śrila Prabhupāda: Ja, De Wachttoren. In dat blaadje werd het feit veroordeeld dat een priester twee mannen homoseksuelen met elkaar had getrouwd. Dit soort dingen gebeuren allemaal. Het is zuiver en alleen voor prostitutie, meer niet. Daarom gaan de mensen denken: "Wat heeft het voor zin om een vaste prostitué te hebben die zoveel kost?"
Śyāmasundara: U hebt wel eens dat voorbeeld van de' koe en de markt gebruikt.
Śrīla Prabhupāda: Ja, als we de melk van de markt kunnen halen, waarom zouden we dan de moeite nemen om zelf een koe te houden? [Iedereen lacht.] De mensen in de westerse wereld raken meer en meer gedegradeerd; ik heb het zelf kunnen zien. Ook hier in India begint deze mentaliteit steeds meer door te dringen. Daarom hebben we deze gemeenschap voor Kṛṣṇa-bewustzijn opgericht, om de mensen te onderwijzen in de noodzakelijke, geestelijke beginselen. Dit is geen sektarische religieuze beweging. Het is een culturele beweging, bedoeld voor het welzijn van iedereen.