Default View
Dual Language

Hoofdstuk 7

Yoga voor deze tijd

arjuna uvāca
yo ’yaṁ yogas tvayā proktaḥ
sāmyena madhusūdana
etasyāhaṁ na paśyāmi
cañcalatvāt sthitiṁ sthirām
"Arjuna zei: O Madhusudana, het yoga-systeem dat Je me beschreven hebt lijkt me onpraktisch en niet vol te houden, want de geest is rusteloos en onevenwichtig." (B.g. 6.33)
Dit is de cruciale test van het achtvoudige aṣṭāṅga-yoga systeem zoals het hier door Heer Śrī Kṛṣṇa wordt uitgelegd. Er werd al eerder uitgelegd dat men op een bepaalde manier moet zitten en de geest op de gedaante van Viṣṇu in het hart moet concentreren. Volgens het aṣṭāṅga-yoga systeem moet men in de eerste plaats zijn zintuigen beheersen, alle regels volgen, de zithoudingen en het proces van ademhalen beoefenen, de geest op de gedaante van Viṣṇu in het hart concentreren en vervolgens in deze gedaante geabsorbeerd raken. Er zijn acht processen in dit aṣṭāṅga-yoga systeem, maar hier zegt Arjuna heel eerlijk dat dit aṣṭānga-yoga systeem ontzettend moeilijk is. Hij zegt zelfs dat het hem "onpraktisch en niet vol te houden" lijkt.
Eigenlijk is het aṣṭānga-yoga systeem niet onpraktisch, want als dat wel zo zou zijn, zou Heer Kṛṣṇa niet zoveel moeite hebben genomen om het uit te leggen. Het is niet onpraktisch, maar het lijkt onpraktisch. Wat voor de een onpraktisch is, kan voor de ander praktisch zijn. Arjuna vertegenwoordigt de gewone man in die zin, dat hij geen bedelmonnik, sannyāsī of geleerde is. Hij vecht op het slagveld voor zijn koninkrijk, en vanuit dat opzicht is hij een gewone man die zich met een wereldse activiteit bezighoudt. Hij heeft te maken met levensonderhoud, onderhoud van zijn familie, enz. Net als de gewone man heeft Arjuna vele problemen, en dit aṣṭāṅga-yoga systeem is over het algemeen voor de gewone man niet praktisch. Dat is waar het hier om draait. Het is praktisch voor iemand die alles al volledig heeft verzaakt en in een afgezonderde, heilige plaats op een berg of in een grot kan zitten. Maar wie is daar in dit tijdperk toe in staat? Hoewel Arjuna een groot strijder, een lid van de koninklijke familie en een vergevorderd persoon was, verkondigt hij hier dat dit yoga-systeem onpraktisch is. En wie zijn wij in vergelijking met Arjuna? Als wij dit systeem proberen uit te voeren, kunnen we er zeker van zijn dat we zullen falen.
Daarom wordt het systeem van mystiek zoals het, beginnend met de woorden śucau deśe en eindigend met de woorden yogi paramaḥ, door Heer Kṛṣṇa aan Arjuna werd beschreven, hier door Arjuna uit een gevoel van onvermogen verworpen. Zoals al eerder gezegd werd, is het voor een gewoon mens onmogelijk om in dit tijdperk van Kali zijn huis te verlaten en naar een afgezonderde plaats in de bergen of de jungle te gaan om daar yoga te beoefenen. Het huidige tijdperk wordt gekenmerkt door een hevige strijd om een kort bestaan. Terwijl het Kali-yuga voortschrijdt zal onze levensduur steeds verder afnemen. Onze voorvaderen leefden honderd jaar of meer, terwijl de mensen nu al sterven op zestig of zeventigjarige leeftijd. De levensduur zal geleidelijk aan zelfs nog verder afnemen.
Geheugen, genade en andere goede eigenschappen zullen in dit tijdperk eveneens afnemen. In Kali-yuga nemen de mensen zelfs de zelfrealisatie door middel van eenvoudige en praktische methoden niet serieus, om dan nog maar te zwijgen van dit moeilijke yoga-systeem, waarin de manier van leven, de manier van zitten, de keuze van de plaats en de onthechting van de geest van materiële bezigheden gereguleerd wordt. Als een praktisch mens vond Arjuna dit yoga-systeem onuitvoerbaar, ook al had hij in vele opzichten veel op anderen voor. Hij was niet bereid om een pseudo-yogi te worden en wat gymnastiektoeren uit te halen. Hij was geen huichelaar, maar een krijgsman en een gezinshoofd. Daarom gaf hij openlijk toe dat dit yoga-systeem voor hem tijdverspilling zou zijn. Arjuna behoorde tot de koninklijke familie en op tal van gebieden bevond hij zich in een vooraanstaande positie; hij was een groot krijgsman, leefde erg lang en was bovenal de meest intieme vriend van Heer Kṛṣṇa, de Allerhoogste Persoonlijkheid Gods. In de tijd dat Arjuna leefde, vijfduizend jaar geleden, was de levensduur erg lang. In die tijd werden de mensen tot duizend jaar oud. In dit Kali-yuga is de levensduur beperkt tot zo'n honderd jaar, in Dvāparayuga was dat duizend jaar, in Tretā-yuga tienduizend jaar en in Satya-yuga honderdduizend jaar. De levensduur neemt dus af naarmate de yuga's degenereren. Hoewel Arjuna in een tijd leefde waarin men duizend jaar lang leefde en meditatie kon beoefenen, vond hij dit systeem toch onmogelijk.
Arjuna had vijfduizend jaar geleden veel betere faciliteiten dan wij nu hebben, en toch weigerde hij dit yoga-systeem te aanvaarden. We vinden in feite nergens in de geschiedenis ook maar de geringste aanwijzing dat hij zich er ooit mee bezig heeft gehouden. Dit systeem dient dus over het geheel genomen in dit tijdperk van Kali als onuitvoerbaar beschouwd te worden. Het kan natuurlijk wel uitvoerbaar zijn voor een zeldzame enkeling, maar voor de mensen in het algemeen is er geen beginnen aan. Als dit vijfduizend jaar geleden al het geval was, hoe zal het vandaag dan wel niet zijn? Degenen die dit yoga-systeem in verschillende zogenaamde scholen en verenigingen nabootsen, verspillen, hoewel ze zelf misschien tevreden zijn, alleen maar hun tijd. Ze hebben totaal geen idee van het beoogde doel.
Daar het aṣṭāṅga-yoga-yoga systeem onuitvoerbaar geacht wordt, wordt iedereen het bhakti-yoga systeem aangeraden. Zonder opleiding of onderricht kan men vanzelf aan bhakti-yoga deelnemen. Zelfs een klein kind kan tijdens een kīrtana in zijn handen klappen. Daarom heeft Heer Caitanya Mahāprabhu verkondigd dat bhakti-yoga het enige praktisch toe te passen yoga-systeem is voor dit tijdperk.
harer nāma harer nāma
harer nāmaiva kevalam
kalau nāsty eva nāsty eva
nāsty eva gatir anyathā
"In dit tijdperk van ruzie en schijnheiligheid is het zingen van de heilige naam van de Heer de enige manier om bevrijd te raken. Er is geen andere manier. Er is geen andere manier. Er is geen andere manier." Chanten is erg eenvoudig en het resultaat is onmiddellijk merkbaar. Pratyakṣāvagamaṁ dharmyam. Proberen we om andere yoga-systemen te beoefenen, dan zullen we in het duister blijven en niet weten of we vooruitgang maken. In bhakti-yoga weet men dat wel. Dit is het enige yogasysteem waarmee men in dit leven snel zelfrealisatie en bevrijding kan verkrijgen. Men hoeft niet nog eens een leven lang te wachten.
cañcalaṁ hi manaḥ kṛṣṇa
pramāthi balavad dṛḍham
tasyāhaṁ nigrahaṁ manye
vāyor iva suduṣkaram
"De geest is rusteloos, woelig, koppig en zeer sterk, o Kṛṣṇa, en hem bedwingen lijkt me moeilijker dan het bedwingen van de wind." (B.g. 6.34) Door Hare Kṛṣṇa te chanten wordt de geest onmiddellijk bekoord. Door de naam Kṛṣṇa slechts uit te spreken en te horen wordt de geest vanzelf op Kṛṣṇa gefixeerd. Dit houdt in dat het yoga-systeem onmiddellijk toegepast is. Het hele yoga-systeem is op concentratie op de gedaante van Viṣṇu gericht, en Kṛṣṇa is de oorspronkelijke persoonlijkheid waar al deze Viṣṇu-gedaanten expansies van zijn. Kṛṣṇa kan vergeleken worden met de oorspronkelijke kaars, waarmee alle andere kaarsen aangestoken worden. Als men een kaars aansteekt, kan men daarmee vele andere kaarsen aansteken, en iedere kaars is zonder twijfel net zo krachtig als de oorspronkelijke kaars. Toch dient men de oorspronkelijke kaars als zodanig te erkennen. Op dezelfde manier expandeert Kṛṣṇa Zich in miljoenen Viṣṇu-gedaanten, die stuk voor stuk net zo machtig zijn als Kṛṣṇa, maar toch blijft Kṛṣṇa de oorspronkelijke. Wie zijn geest dus concentreert op Heer Śrī Kṛṣṇa, de oorspronkelijke Allerhoogste Persoonlijkheid Gods, bereikt onmiddellijk de perfectie van yoga.
śrī-bhagavān uvāca
asaṁśayaṁ mahā-bāho
mano durnigrahaṁ calam
abhyāsena tu kaunteya
vairāgyeṇa ca gṛhyate
"Heer Śrī Kṛṣṇa zei: O sterkgearmde zoon van Kuntī, het is ongetwijfeld zeer moeilijk de rusteloze geest te bedwingen, maar het is mogelijk door de juiste beoefening en door onthechting." (B.g. 6.35) Kṛṣṇa zegt niet dat het niet moeilijk is, Hij zegt eerder dat het wel moeilijk, maar mogelijk is door de juiste beoefening. De juiste beoefening betekent dat we ons wijden aan activiteiten die ons herinneren aan Kṛṣṇa. Daarom hebben we zoveel activiteiten in deze beweging voor Kṛṣṇa-bewustzijn – kīrtana, activiteiten in de tempel, prasāda, publiceren, enz. Iedereen legt zich toe op een of andere activiteit waarbij Kṛṣṇa in het centrum staat. Men bevindt zich dus in het yoga-systeem, en ook in Kṛṣṇa, of men nu voor Kṛṣṇa typt, voor Kṛṣṇa kookt, voor Kṛṣṇa chant of literatuur voor Kṛṣṇa verspreidt. Net als in het materiële leven zijn we actief, maar onze activiteiten zijn zodanig gevormd dat ze rechtstreeks met Kṛṣṇa verbonden zijn. Kṛṣṇa-bewustzijn is dus mogelijk met iedere activiteit, en perfectie in yoga volgt vanzelf.
asaṁyatātmanā yogo
duṣprāpa iti me matiḥ
vaśyātmanā tu yatatā
śakyo ’vāptum upāyataḥ
"Voor iemand met een onbeheerste geest is zelfrealisatie een moeilijke zaak. Maar voor iemand met een beheerste geest, die op de juiste manier te werk gaat, is succes verzekerd. Dat is Mijn mening." (B.g. 6.36) De Allerhoogste Persoonlijkheid Gods verklaart dat degene die de juiste behandeling om de geest van materiële bezigheden te onthechten niet aanvaardt, vrijwel geen succes in zelfrealisatie kan behalen. Yoga proberen te beoefenen terwijl men in de geest materieel geniet, is als een vuur proberen te ontsteken terwijl men er water op giet. Zo is de beoefening van yoga zonder mentale beheersing tijdverspilling. Ik kan gaan zitten mediteren en mijn geest op Kṛṣṇa richten, dat is zeker prijzenswaardig, maar er zijn vele yogaverenigingen die hun leden leren om zich op de leegte of op een of andere kleur te concentreren. Dat betekent dat ze geen concentratie op de gedaante van Viṣṇu aanbevelen. Je geest op een onpersoonlijke leegte proberen te concentreren is erg moeilijk en lastig. In het twaalfde hoofdstuk van de Bhagavad-gītā (12.5) zegt Sri Kṛṣṇa:
kleśo ’dhikataras teṣām
avyaktāsakta-cetasām
avyaktā hi gatir duḥkhaṁ
dehavadbhir avāpyate
"Voor degenen wier geest gehecht is aan het ongeopenbaarde, onpersoonlijke aspect van de Allerhoogste, is het zeer moeilijk om vooruitgang te maken. Om op deze manier vorderingen te maken is altijd moeilijk voor hen die belichaamd zijn."
In de tempel proberen de toegewijden zich te concentreren op de gedaante van Kṛṣṇa. Concentreren op niets of leegte is erg moeilijk en de geest is van nature erg wispelturig. Daarom zoekt de geest naar iets anders in plaats van zich op de leegte te concentreren. De geest moet ergens aan denken, en als hij niet aan Kṛṣṇa denkt, dan moet hij wel aan māyā denken. Daarom is pseudomeditatie op onpersoonlijke leegte gewoon tijdverspilling. Zo'n show van yoga-beoefening mag dan materieel winstgevend zijn, maar is waardeloos wat geestelijke realisatie betreft. Ik zou een school kunnen openen voor yogameditatie en de mensen geld kunnen vragen om te gaan zitten en op verschillende manieren hun neusgaten dicht te houden, maar als mijn studenten het werkelijke doel van yoga niet behalen, hebben ze hun geld en tijd verspild, en heb ik ze bedrogen.
Daarom moet men zijn geest standvastig en voortdurend op de gedaante van Viṣṇu concentreren; dit wordt samādhi genoemd. In Kṛṣṇa-bewustzijn worden we de geest meester door hem voortdurend te gebruiken voor transcendentale liefdedienst aan de Heer. Tenzij we opgaan in Kṛṣṇa-bewustzijn, kunnen we de geest niet standvastig bedwingen. Wie Kṛṣṇa-bewust is, bereikt gemakkelijk het doel van de beoefening van yoga zonder dat hij daar nog eens apart moeite voor hoeft te doen, terwijl degene die yoga beoefent geen succes kan behalen zonder Kṛṣṇa-bewust te worden.