Default View
Dual Language

Voorwoord

De Nectarzee van Zuivere Liefde is een verklarende bewerking van de Bhakti-rasāmṛta-sindhu, een in het Sanskriet gesteld geschrift van Śrīla Rūpa Gosvāmī Prabhupāda. Hij was de belangrijkste van de zes Gosvāmi's, die de ter wille leerlingen van Heer Caitanya Mahāprabhu waren. Toen hij Heer Caitanya leerde kennen, was Srīla Rūpa Gosvāmī minister van de mohammedaanse regering van Bengalen. Hij en zijn broer Sanātana heetten toen Sākara Mallika en Dabira Khāsa en ze maakten deel uit van de regering van Nawab Husena Sāhā.
Indertijd, vijfhonderd jaar geleden, was de hindoe-samenleving uiterst star, en als een lid van de kaste der brāhmana's en mohammedaanse heerser diende, werd hij terstond uit de brahmaanse gemeenschap gestoten. De twee broers, Dabira Khāsa en Sākara Mallika waren zulke verstotenen. Ze behoorden tot de hooggeplaatste sārasvata-brāhmana's, maar werden uit hun kaste gezet wegens het feit dat ze het ambt van minister hadden aanvaard in de regering van Husena Sāhā. Het was zuiver de genade van Heer Caitanya dat Hij deze twee verheven personen tot leerling nam en hen tot het niveau van gosvāmi verhief, waarmee ze de hoogste positie binnen de brahmaanse cultuur bereikten. Evenzo accepteerde Heer Caitanya Haridāsa Thākura als leerling, hoewel hij in een mohammedaans gezin geboren was, en later stelde Heer Caitanya hem aan als acārya van het chanten van de heilige naam van de Heer:
Hare Kṛṣṇa, Hare Kṛṣṇa, Kṛṣṇa Kṛṣṇa, Hare Hare/ Hare Rāma, Hare Rāma, Rāma Rāma, Hare Hare.
Heer Caitanya is een universalist: eenieder die de wetenschap aangaande Kṛṣṇa kent en de Heer steeds dient wordt geacht zich in een hogere positie te bevinden dan iemand van brahmaanse geboorte. Dat is het oorspronkelijke beginsel van alle Vedische Schriften, met name de Bhagavad-gitā en het Śrīmad-Bhāgavatam, Het principe van de beweging van heer Caitanya luidt dat iedereen verheven en opgeleid dient te worden om de hoge positie van gosvāmī te bekleden, zoals onderwezen in De Nectarzee van Zuivere Liefde. 
Heer Caitanya ontmoette de twee broers, Dabira Khāsa en Sākara Mallika, in het dorp Rāmakeli in het distrikt Maldah. Na deze ontmoeting besloten ze zich uit hun bewindszaken terug te trekken en zich bij Heer Caitanya aan te sluiten. Sākara Mallika, die later Rūpa Gosvāmī zou heten, trad af en nam al het geld dat hij in 's lands dienst vergaard had. In de Śrī Caitanya-caritāmṛta staat beschreven dat alle goudstukken die hij bij elkaar gespaard had de tegenwaarde van miljoenen guldens vertegenwoordigden en een flinke sloep konden vullen. Hij verdeelde zijn geld op een voorbeeldige manier, die door de mensen in het algemeen en door toegewijden in het bijzonder behoort te worden nagevolgd. Vijftig procent van zijn vermogen werd onder Kṛṣṇa-bewuste personen verdeeld, namelijk onder brāhmana's en Vaișņava's; vijfentwintig procent ging naar zijn familie; en vijfentwintig procent behield hij voor het geval hij onvoorziene uitgaven of persoonlijke problemen mocht krijgen. Toen Dabira Khāsa later zei dat hij eveneens wenste af te treden, kreeg de Nawab het danig te kwaad en stopte hem in de gevangenis. Maar Dabira Khāsa, die later Sanātana Gosvāmī zou heten, deed zijn voordeel met het persoonlijke geld van zijn broer, dat bij een dorpsbankier gedeponeerd was, en ontsnapte uit de gevangenis van Husena Sāhā. Zo wisten beide broers zich bij Heer Caitanya Mahāprabhu te voegen.
Rūpa Gosvāmī trof Heer Caitanya in Prayāg (Allahabad in India), en in die heilige stad gaf de Heer hem op het baadghața Daśāśva-medha tien dagen ononderbroken onderricht. De Heer vertelde Rūpa Gosvāmī in het bijzonder over de wetenschap aangaande het Kṛṣṇa-bewustzijn.
Rūpa Gosvāmī trof Heer Caitanya in Prayāg (Allahabad in India), en in die heilige stad gaf de Heer hem op het baadghața Daśāśva-medha tien dagen ononderbroken onderricht. De Heer vertelde Rūpa Gosvāmī in het bijzonder over de wetenschap aangaande het Kṛṣṇa-bewustzijn. (1) Later werkte Śrīla Rūpa Gosvāmī Prabhupāda de leringen van de Heer uit, met diepgaande kennis van de geopenbaarde Schriften en gezaghebbende citaten uit diverse Vedische werken. Srīla Srīnívāsa Ācārya beschrijft in zijn gebeden aan de zes Gosvāmi's dat ze allen hooggeleerd waren en zulks niet alleen in het Sanskriet, maar ook in vreemde talen als Perzisch en Arabisch. Uiterst nauwgezet bestudeerden ze alle Vedische Schriften teneinde de religie van Caitanya Mahāprabhu op de werkelijke beginselen der Vedische kennis te grondvesten. De tegenwoordige Gemeenschap voor Kṛṣṇa-bewustzijn is eveneens gebaseerd op het gezag van Srīla Rūpa Gosvāmī Prabhupāda, Daarom kent men ons in de regel als rupānuga's, volgelingen van Šrīla Rūpa Gosvāmī Prabhupāda. Slechts teneinde ons leiding te geven, schreef Šrīla Rūpa Gosvāmī Prabhupāda zijn boek Bhakti-rasāmṛta-sindhu, dat u thans in de vorm van De Nectarzee van Zuivere Liefde in handen heeft. Ieder die het Krşņa-bewustzijn wil omhelzen kan zijn voordeel met dit belangrijke werk doen en er zeer hecht door in Kṛṣṇa-bewustzijn verankerd raken.
Bhakti betekent toegewijde dienst. Iedere vorm van dienst heeft wel iets aantrekkelijks, waardoor de dienaar er steeds maar mee door blijft gaan. Ieder van ons houdt zich in deze wereld voortdurend met de een of andere vorm van dienen bezig, en de aanzet hiertoe is het genoegen dat we eraan ontlenen. Uit genegenheid voor vrouw en kinderen is een huisman dag en nacht aan het werk. Een filantroop werkt niet minder hard uit liefde voor de grotere familie der mensheid, en een nationalist doet hetzelfde ter wille van land en landgenoten. De kracht waardoor de filantroop, de huisman en de nationalist worden aangedreven heet rasa, een bepaalde gemoedsgesteldheid met betrekking tot degenen die hij dient, welke zeer aangenaam van smaak is. Bhakti-rasa is een gemoedsgesteldheid die verschilt van de gewone rasa van wereldlingen. De smaak of genieting van de wereldse rasa houdt niet lang aan, en daarom zijn degenen die slechts in de wereld werken er altijd toe geneigd naar een andere manier van genieten om te zien. Een zakenman vindt het niet fijn de hele week te werken; omdat hij in het weekend wat anders wil, gaat hij ergens heen waar hij zijn zakenactiviteiten vergeten kan. Na zo'n weekend van uitwaaien wisselt hij weer van positie en hervat zijn eigenlijke zakenactiviteiten. Materiële activiteiten houdt in dat men enige tijd een bepaalde positie inneemt en dan van positie verandert. Dit heen-en-weer heet technisch gesproken bhoga-tyāga, heen en weer gaan tussen genot en genotsverzaking. Een levend wezen kan noch in de positie van zingenot, noch in die van verzaking blijven zitten. Er wordt voortdurend gewisseld en in geen van beide toestanden voelen we ons behaaglijk, omdat ze strijdig zijn met onze eeuwige wezensstaat. Zinsbevrediging kent een beperkte duur en wordt derhalve capala-sukha, of flakkerend geluk, genoemd. Zo kan bijvoorbeeld een gewone huisman, die dag en nacht aanploetert om het zijn gezin naar de zin te maken, daarbij een bepaalde gemoedsstemming ervaren, maar alles wat hij op het gebied van materieel geluk bereikt, komt, evenals het voortbestaan van zijn lichaam, ten einde zodra zijn leven ten einde is. Daarom geldt voor het atheïstische mensenslag de dood als de vertegenwoordiger van God. De toegewijde ervaart de aanwezigheid van God in zijn toegewijde dienst, terwijl de atheïst God kent in de tegenwoordigheid van de dood. De dood maakt   aan alles een eind, waarna men een nieuw levenshoofdstuk zal moeten beginnen, hetzij in een hogere, hetzij in een lagere situatie dan het vorige bestaan. Op welk gebied we ook actief zijn, politiek, sociaal, nationaal, internationaal, met het einde van ons leven gaat alles wat we hebben opgebouwd teniet. Dat staat vast.
Bhakti-rasa evenwel, de stemming waarvan we genieten tijdens onze bovenzinnelijke liefdedienst aan de Heer, komt niet ten einde met de dood. Ze duurt eindeloos voort en wordt derhalve amṛta genoemd -datgene wat niet sterft, maar eeuwig voortbestaat. Dit wordt in alle Vedische Schriften bevestigd. De Bhagavad-gītā verklaart dat slechts een weinig vooruitgang in bhakti-rasa de toegewijde voor het ergste gevaar kan behoeden, namelijk dat hij de kans op een volgend mensenleven verspeelt. De rasa's welke we ervaren op sociaal gebied, in het gezinsleven of op het ruimere gebied van altruïsme, filantropie, nationalisme, socialisme, communisme enz. vormen geen garantie voor een volgend bestaan als mens.
We bereiden ons volgende leven voor met ons doen en laten in het huidige. Het levend wezen ontvangt een bepaald soort lichaam als gevolg van zijn activiteiten in het huidige lichaam verricht. Deze activiteiten worden onderworpen aan het oordeel van wat men daiva noemt, het goddelijk gezag. Deze daiva is volgens de Bhagavad-gītā de grondoorzaak van alles, terwijl het Śrīmad-Bhāgavatam verklaart dat men zijn volgende lichaam toegekend krijgt krachtens daiva-netra, hetgeen wil zeggen: op aanwijzing van het gezag van de Allerhoogste. Gewoonlijk verstaat men onder daiva het lot of de Voorzienigheid. Onder toezicht van daiva ontvangen we een lichaam gekozen uit 8.400.000 lichaamscategorieën. Houdt ons lichaam zich thans bezig met Kṛṣṇa-bewuste activiteiten, dan ontvangen we voor ons volgend leven gegarandeerd op zijn minst een mensenlichaam. Al is men Kṛṣṇa-bewust bezig, maar slaagt er niet in de weg van bhakti-yoga geheel af te leggen, dan kan men in een hogere geleding van de menselijke samenleving worden wedergeboren, zodat men vanzelf de reeds ingeslagen weg kan vervolgen. Daarom zijn alle bonafide activiteiten in het Kṛṣṇa-bewustzijn amṛta, of blijvend. Hierover gaat De Nectarzee van Zuivere Liefde.
Wie ernst maakt met de bestudering van De Nectarzee van Zuivere Liefde kan begrijpen hoe deze eeuwige activiteiten in bhakti-rasa zich voltrekt. Wanneer men tot bhakti-rasa of Kṛṣṇa-bewustzijn overgaat, komt men tot een heilrijk leven, vrij van angst, en wordt gezegend met een bovenzinnelijk bestaan, dat de verlossing zondermeer in de schaduw laat. Bhakti-rasa geeft op zichzelf al een gevoel van bevrijding, omdat hij de aandacht trekt van de Heer der vrijheid, Kṛṣṇa. Doorgaans zijn beginnelingen op de weg der toewijding er begerig naar, Kṛṣṇa of God te zien, maar men kan God niet kennen met behulp van zijn doffe, stoffelijke zinnen. De methode der toegewijde dienst, die door De Nectarzee van Zuivere Liefde aanbevolen wordt, verheft ons geleidelijk vanuit de materiële toestand tot het geestelijk niveau, waar de toegewijde van zijn onjuiste inzicht gezuiverd wordt. Door voortdurend opgaan in bhakti-rasa raken de zinnen ontsmet. Worden de gelouterde zinnen in dienst van de Heer gesteld, dan gaat men het bhakti-rasa-leven binnen en kan onophoudelijk genieten van elke activiteit die voor Kṛṣṇa's genoegen in deze bovenzinnelijke bhakti-rasa-fase verricht wordt. Is men aldus in toegewijde dienst verbonden, dan worden alle verschillende rasa's of stemmingen blijvend van aard.
Aanvankelijk wordt men volgens regulerende principes onderricht door een ācārya of geestelijk leraar, maar wanneer men op peil gekomen is, verloopt de toegewijde dienst vanzelf en wordt gekenmerkt door een spontaan verlangen om Kṛṣṇa te dienen. Er bestaan twaalf soorten rasa's, zoals in dit boek zal worden uitgelegd, en door onze band met Kṛṣṇa aan te halen volgens de vijf primaire rasa's kunnen we een eeuwig leven vervuld van kennis en gelukzaligheid leiden.
Het grondprincipe van onze levenstoestand is dat we allemaal de neiging hebben om van iemand te houden. Niemand kan leven zonder van iemand te houden. Deze neiging treft men bij ieder wezen aan. Zelfs een dier als een tijger heeft, althans in sluimerende staat, deze liefdesneiging en bij mensen is ze zonder meer aanwezig. Wat eraan schort echter, is dat we niet weten hoe we iedereen er gelukkig mee kunnen maken. Op het ogenblik leert de samenleving de mensen hun land of gezin of zichzelf lief te hebben, maar men weet niet hoe men de neiging tot liefhebben zo geleiden kan, dat iedereen er gelukkig door wordt. Wat eraan ontbreekt is Kṛṣṇa en De Nectarzee van Zuivere Liefde leert ons hoe we onze oorspronkelijke liefde voor Kṛṣṇa weer kunnen opwekken en dan in zo'n toestand raken, dat we een gelukzalig bestaan genieten.
Een kind houdt het eerst van zijn ouders, daarna van zijn broers en zusters, bij het opgroeien begint het van zijn familie te houden en vervolgens van gemeenschap, samenleving, land, volk of zelfs de hele mensheid. Maar ook al houdt men van de hele menselijke samenleving, dan komt de neiging tot liefhebben daarmee nog niet geheel aan haar trekken; dat gebeurt pas wanneer we weten wie de allerhoogste geliefde is. Onze liefde is pas volkomen wanneer ze geheel naar Kṛṣṇa uitgaat. Hierover gaat nu De Nectarzee van Zuivere Liefde, waarin we leren hoe we vanuit vijf verschillende bovenzinnelijke gemoedsgesteldheden van Kṛṣṇa kunnen houden.
Onze neiging tot liefhebben golft aan als een lucht- of lichttrilling en we kennen haar einde niet. De Nectarzee van Zuivere Liefde onderwijst ons de eenvoudige weg van het liefhebben van Kṛṣṇa. We zijn er niet in geslaagd in de menselijke samenleving vrede en harmonie tot stand te brengen, zelfs niet met het grote streven van de Verenigde Naties, omdat we nu eenmaal de juiste weg niet kennen. Deze weg is heel eenvoudig, maar men dient zich er helder en nuchter over te laten voorlichten. De Nectarzee van Zuivere Liefde onderwijst alle mensen hoe ze de eenvoudige en natuurlijke weg kunnen begaan van het liefhebben van Kṛṣṇa, de Allerhoogste Godspersoon. Leren we hoe we van Kṛṣṇa moeten houden, dan is het ineens heel makkelijk om van elk levend wezen te houden. Het is te vergelijken met water gieten op de wortels van een boom of voedsel verschaffen aan de maag. De methode van het drenken van de wortel of het voeden van de maag is van universeel wetenschappelijke aard en praktisch uitvoerbaar, zoals we allen weten. Iedereen weet dat wanneer we iets eten, of voedsel in de maag brengen, de hierdoor verwekte energie door het hele lichaam wordt verspreid. Wanneer we evenzo water op de wortels van een boom gieten, wordt de hierdoor verwekte energie naar alle vezels van zelfs de grootste boom gestuurd. Men kan de boom niet blad voor blad water geven, zoals men evenmin de verschillende lichaamsdelen apart kan voeden. De Nectarzee van Zuivere Liefde zal ons laten zien hoe we die ene knop kunnen indrukken waardoor alles ineens overal licht wordt.
Wat haar stoffelijke behoeften betreft bevindt de menselijke beschaving zich op een hoog peil van comfortabel leven, maar we voelen ons daarbij niet gelukkig, omdat het eigenlijke eraan ontbreekt. Het materiële comfort alleen is niet toereikend om ons gelukkig te maken. Het sprekende voorbeeld hiervan is Amerika: de rijkste natie ter wereld, die over alle mogelijke materiële faciliteiten beschikt, brengt een slag mensen voort dat totaal verward en gefrustreerd in het leven staat. Ik doe hierbij een beroep op de verwarden van Amerika en elders, om zich vertrouwd te maken met het beoefenen van de kunst der toegewijde dienst volgens de aanwijzingen van De Nectarzee van Zuivere Liefde: dan zal de brand van het stoffelijk bestaan die in hun harten woedt naar mijn vaste overtuiging dadelijk worden geblust. De grondoorzaak van onze onvrede is dat onze sluimerende neiging tot liefhebben in weerwil van onze geavanceerde materiële situatie niet aan haar trekken komt. De Nectarzee van Zuivere Liefde zal ons op praktische wijze duidelijk maken hoe we volmaakt in toegewijde dienst verbonden in deze stoffelijke wereld kunnen leven en al onze verlangens in dit en het volgende bestaan in vervulling kunnen zien gaan. De Nectarzee van Zuivere Liefde wordt de lezer niet aangeboden bij wijze van veroordeling van allerlei vormen van materieel bestaan, maar om religieus aangelegde personen, filosofen en de mensheid in het algemeen te laten weten hoe ze van Kṛṣṇa kunnen houden. Het is mooi als men zonder materiële problemen leeft, maar men dient tevens de kunst van het liefhebben van Kṛṣṇa te verstaan. We verzinnen tegenwoordig van alles om onze neiging tot liefhebben de volle kans te geven, maar in feite mikken we steeds naast ons doel: Kṛṣṇa. We zijn allemaal verschillende blaadjes van de boom water aan het geven, maar denken niet aan de wortel. We proberen ons lichaam op allerlei manieren fit te houden, maar hebben geen oog voor de juiste voeding van de maag. Kṛṣṇa vergeten houdt in dat we ook onszelf vergeten. Echte zelfrealisatie en Kṛṣṇa-realisatie gaan hand in hand. Wanneer we bijvoorbeeld 's ochtends onszelf zien, zien we ook het vroege zonlicht: zonder zonlicht kan niemand zichzelf zien. Evenzo is er geen sprake van zelfrealisatie als men Kṛṣṇa niet realiseert.
De Nectarzee van Zuivere Liefde wordt speciaal aangeboden aan de mensen die nu betrekkingen onderhouden met de Gemeenschap voor Kṛṣṇa-bewustzijn. Het zij me vergund mijn oprechte dank uit te spreken aan al mijn vrienden en leerlingen die me helpen de Gemeenschap voor Kṛṣṇa-bewustzijn in de Westerse wereld te verbreiden. Hare Kṛṣṇa.
A. C. Bhaktivedanta Swami
13 April, 1970
ISKCON Headquarters
3764 Watseka Ave.
Los Angeles, California