Default View
Dual Language

HOOFDSTUK 51

Verkeerde weergave van gemoedsstemmingen

Rasābhāsa of het onverenigbaar samengaan van gemoedsstemmingen kan worden gecategoriseerd als uparasa, valse uiting, anurasa, nabootsing, en aparasa.
"Wanneer iemand volkomen ontstegen is aan alle smetten van het stoffelijk bestaan, geniet hij de bovenzinnelijke gelukzaligheid van de trance. Maar zodra ik U zag, de oorspronkelijke Godspersoon, ervoer ik hetzelfde geluk."
Deze verkeerde weergave van een gemoedsstemming wordt śānta-uparasa genoemd of een verkeerde weergave veroorzaakt door het samengaan van impersonalisme en personalisme.
Dan is er de volgende uitspraak:
"Waar ik ook kijk, overal zie ik Uw persoon. Daarom weet ik dat U het vlekkeloze Brahman-schijnsel bent, de diepste oorzaak van alle oorzaken. Ik geloof dat er in deze kosmische openbaring niets anders bestaat dan U."
Ook dit is een voorbeeld van uparasa, of verkeerd geuite gemoedsstemming, veroorzaakt door samengaan van impersonalisme en personalisme.
Toen Madhumańgala, een intieme vriend van Kṛṣṇa, eens schert-send voor de Heer op en neer danste, schonk niemand hem aandacht en zei hij vrolijk:
"Lieve Heer, wees me alsjeblieft genadig. Ik smeek Je om Je genade."
Dit is een geval van uparasa in broederlijke genegenheid en neutraliteit.
Kaṁsa zei in de arena tot zijn zuster Devakī:
"Lieve zuster, nu ik je lieve zoon Kṛṣṇa heb gezien, geloof ik dat Hij zo veel kracht heeft, dat Hij zelfs worstelaars kan doden die zo sterk zijn als een berg. Daarom zal ik niet meer over Hem inzitten, al is Hij in het verschrikkelijkste gevecht verwikkeld."
Dit is een geval van uparasa in een verkeerd weergegeven gemoedsgesteldheid van ouderliefde.
In de Lalita-mādhava zegt Śrila Rūpa Gosvāmī:
"De vrouwen van de yājñika brāhmaņa's waren allemaal jonge meisjes en voelden zich net zo tot Kṛṣṇa aangetrokken als de gopī's van Vṛndāvana. Die aantrekking bracht hen ertoe om Kṛṣṇa eten te geven."
De twee gemoedsstemmingen in toewijding zijn hier de amoureuze en die van ouderliefde en het resultaat van dit samengaan wordt uparasa in amoureuze liefde genoemd.
Een van de vriendinnen van Śrīmatī Rādhārāņī zei Haar:
"Mijn lieve vriendin Gāndharvikā [Rādhārāņī], Jij was het zedigste meisje van het dorp, maar nu heb Je Jezelf in tweeën gedeeld en ben Je half zedig en half onzedig. Het komt allemaal door de invloed van de liefdesgod, die zijn werk deed toen Je Kṛṣṇa zag en het geluid van Zijn fluit hoorde."
Ook dit is een geval van uparasa, veroorzaakt door uiteenlopende belangen in amoureuze liefde.
Volgens enkele ervaren geleerden veroorzaken de gevoelens van minnaar en geliefde velerlei vormen van vertekend weergegeven gemoedsgesteldheden.
"De gopī's zijn gelouterd door Kṛṣṇa's blik, en daardoor komt het dat hun lichaam duidelijk de invloed van de liefdesgod vertoont."
Hoewel het kijken van een jongen naar een meisje in materieel opzicht een vorm van besmetting inhoudt, werden juist de gopī's, wanneer Kṛṣṇa hun Zijn bovenzinnelijke blik toewierp, erdoor gelouterd. Met andere woorden: aangezien Kṛṣṇa  de Absolute Waarheid is, zijn al Zijn handelingen bovenzinnelijk rein.
Nadat Kṛṣṇa de Kāliya-nāga een afstraffing had gegeven in de rivier de Yamunā door boven op zijn koppen heen en weer te dansen, zeiden de vrouwen van de Kāliya-nāga tot Kṛṣṇa:
"Lieve koeienjongen, wij zijn allemaal maar jonge vrouwen van de Kāliya-nāga, dus waarom breng Je onze geest van streek met het geluid van Je fluit!"
Zo vleiden de vrouwen van Kāliya Kṛṣṇa, opdat Hij het leven van hun echtgenoot zou sparen. Daarom is dit een geval van uparasa, of een verbasterde weergave van een gemoedsstemming.
Een toegewijde zei:
"Beste Govinda, hier in Kailāsa staat een prachtige bloemen-struik. Ik ben een jong meisje en Jij bent een dichterlijke jongen. Wat moet ik verder nog zeggen? Denk er maar eens over na." 
Dit is een voorbeeld van uparasa veroorzaakt door onbeschaamdheid in amoureuze liefde.
Toen Nārada Muni een keer door Vṛndāvana kwam, zag hij in het Bhāṇḍīravana-woud in een van de bomen het beroemde papegaaienpaar dat altijd met Kṛṣṇa mee fladdert. Het paar zat een gesprek na te bootsen dat ze een paar mensen over de vedānta-filosofie hadden horen hebben en leken zo in een wijsgerige twist verwikkeld. Toen Nārada Muni dat zag, stond hij stomverbaasd en staarde de vogels aan. Dit is een geval van anurasa of nabootsing.
Toen Kṛṣṇa van het slagveld vluchtte, sloeg Jarāsandha Hem van een afstand met rusteloze blikken gade en voelde zich buitengewoon trots. Aangezien hij zich zo opgeblazen voelde over zijn wapenfeit, schoot hij bij herhaling in de lach. Dit is een voorbeeld van aparasa.
Alles wat met Kṛṣṇa verband houdt wordt extatische toegewijde liefde genoemd, ook al doet het zich op verschillende wijzen voor: nu eens in de juiste volgorde en dan weer op een vertekende manier. Volgens de mening van alle ervaren toegewijden dient alles wat tot extatische liefde voor Kṛṣṇa kan leiden als aanzet tot een bovenzinnelijke gemoedsstemming te worden opgevat.
Zo eindigt Bhaktivedanta's bewerking van de Śrī Bhakti-rasāmrta-sindhu door Śrīla Rūpa Gosvāmī.