Skip to main content

TEXTS 26-27

TEXTS 26-27

Texte

Tekst

sad-bhāve sādhu-bhāve ca
sad ity etat prayujyate
praśaste karmaṇi tathā
sac-chabdaḥ pārtha yujyate
sad-bhāve sādhu-bhāve ca
sad ity etat prayujyate
praśaste karmaṇi tathā
sac-chabdaḥ pārtha yujyate
yajñe tapasi dāne ca
sthitiḥ sad iti cocyate
karma caiva tad-arthīyaṁ
sad ity evābhidhīyate
yajñe tapasi dāne ca
sthitiḥ sad iti cocyate
karma caiva tad-arthīyaṁ
sad ity evābhidhīyate

Synonyms

Synoniemen

sat-bhāve: dans le sens de la nature de l’Absolu; sādhu-bhāve: dans le sens de la nature du dévot; ca: aussi; sat: le mot sat; iti: ainsi; etat: cela; prayujyate: est employé; praśaste: authentiques; karmaṇi: pour les activités; tathā: aussi; sat-śabdaḥ: le son; pārtha: ô fils de Pṛthā; yujyate: est employé; yajñe: pour le sacrifice; tapasi: pour l’austérité; dāne: pour la charité; ca: aussi; sthitiḥ: la situation; sat: l’Absolu; iti: ainsi; ca: et; ucyate: est prononcé; karma: l’action; ca: aussi; eva: certes; tat: pour cela; arthīyam: destinée; sat: l’Absolu; iti: ainsi; eva: certes; abhidhīyate: est indiqué.

sat-bhāve — de aard van de Allerhoogste; sādhu-bhāve — de aard van de toegewijde; ca — ook; sat — het woord ‘sat’; iti — zo; etat — dit; prayujyate — wordt gebruikt; praśaste — in bonafide; karmaṇi — activiteiten; tathā — ook; sat-śabdaḥ — het geluid sat; pārtha — o zoon van Pṛthā; yujyate — wordt gebruikt; yajñe — in offers; tapasi — in ascese; dāne — in vrijgevigheid; ca — en; sthitiḥ — de situatie; sat — de Allerhoogste; iti — zo; ca — en; ucyate — wordt uitgesproken; karma — activiteit; ca — ook; eva — zeker; tat — daarvoor; arthīyam — bedoeld; sat — de Allerhoogste; iti — zo; eva — zeker; abhidhīyate — wordt aangeduid.

Translation

Vertaling

Ô fils de Pṛthā, on désigne par le mot sat non seulement la Vérité Absolue, objet du sacrifice dévotionnel, mais aussi l’auteur du sacrifice, ainsi que le sacrifice proprement dit, l’austérité et la charité qui, en accord avec l’Absolu, visent le plaisir de la Personne Suprême.

De Absolute Waarheid is het doel van devotionele offers en wordt aangeduid met het woord ‘sat’. Degene die zulke offers brengt wordt ook ‘sat’ genoemd, evenals alle offers, ascese en vrijgevige schenkingen die in overeenstemming met hun absolute aard worden gedaan om de Allerhoogste Persoon voldoening te schenken, o zoon van Pṛthā.

Purport

Betekenisverklaring

Les mots praśaste karmaṇi (devoirs prescrits) indiquent qu’il existe de nombreuses prescriptions dans les Écritures védiques consistant en des rites purificatoires qui commencent dès la conception de l’enfant et se poursuivent jusqu’au terme de l’existence. Ces rites purificatoires sont exécutés pour que l’être vivant obtienne la libération ultime. Et lors de leur exécution, il est recommandé de faire vibrer les sons oṁ tat sat.

Quant aux mots sad-bhāve et sādhu-bhāve, ils désignent le niveau absolu. On appelle sattva les actions accomplies dans la conscience de Kṛṣṇa et sādhu celui qui comprend parfaitement la nature de ces actes. Le Śrīmad-Bhāgavatam (3.25.25) enseigne que l’on ne peut appréhender clairement les sujets spirituels qu’en la compagnie des dévots. Les mots utilisés sont satāṁ prasaṅgāt. Le savoir transcendantal ne peut s’acquérir qu’auprès de personnes spirituellement élevées. Lorsqu’un maître initie un disciple ou lui remet le cordon sacré, il fait résonner les sons oṁ tat sat. De même, dans tout yajña, l’objet est l’Absolu, oṁ tat sat.

On désigne par tad-arthīyam tout service offert à ce qui représente l’Absolu, comme le fait de participer aux activités du temple (cuisine ou autre) et à la diffusion des gloires du Seigneur. Ces mots suprêmes, oṁ tat sat, servent à parfaire tout acte et confèrent la plénitude à toute chose.

De woorden ‘praśaste karmaṇi’ of ‘voorgeschreven plichten’ geven aan dat er in de Vedische literatuur veel activiteiten worden voorgeschreven die processen van zuivering zijn en die beginnen van het moment van verwekking tot aan het einde van iemands leven. Deze processen worden toegepast voor de uiteindelijke bevrijding van het levend wezen. Het wordt aangeraden om tijdens al deze activiteiten oṁ tat sat uit te spreken.

De woorden ‘sad-bhāve’ en ‘sādhu-bhāve’ duiden op de transcendentale situatie. Handelen in Kṛṣṇa-bewustzijn wordt sattva genoemd en wie zich volkomen bewust is van Kṛṣṇa-bewuste activiteiten wordt een sādhu genoemd. In het Śrīmad-Bhāgavatam (3.25.25) wordt gezegd dat transcendentale onderwerpen duidelijk worden in het gezelschap van toegewijden. De woorden die in dat vers gebruikt worden zijn ‘satāṁ prasaṅgāt’. Zonder goed gezelschap kan niemand transcendentale kennis verwerven.

Wanneer men een discipel initieert of de heilige draad geeft, zegt men oṁ tat sat. Op dezelfde manier is het doel van alle soorten van yajña de Allerhoogste, oṁ tat sat. De woorden ‘tad-arthīyam’ duiden verder op dienst aan alles wat de Allerhoogste vertegenwoordigt, inclusief diensten als koken en het helpen bij verschillende activiteiten in de tempel van de Heer of elke andere activiteit voor het verspreiden van Zijn roem. Deze allerhoogste woorden ‘oṁ tat sat’ worden zo op verschillende manieren gebruikt om alle activiteiten te perfectioneren en alles compleet te maken.