Skip to main content

TEXT 50

TEXT 50

Texto

Tekst

sañjaya uvāca
ity arjunaṁ vāsudevas tathoktvā
svakaṁ rūpaṁ darśayām āsa bhūyaḥ
āśvāsayām āsa ca bhītam enaṁ
bhūtvā punaḥ saumya-vapur mahātmā
sañjaya uvāca
ity arjunaṁ vāsudevas tathoktvā
svakaṁ rūpaṁ darśayām āsa bhūyaḥ
āśvāsayām āsa ca bhītam enaṁ
bhūtvā punaḥ saumya-vapur mahātmā

Synonyms

Synoniemen

sañjayaḥ uvāca — Sañjaya dijo; iti — así pues; arjunam — a Arjuna; vāsudevaḥ — Kṛṣṇa; tathā — de esa manera; uktvā — hablando; svakam — Su propia; rūpam — forma; darṣayām āsa — mostró; bhūyaḥ — otra vez; aśvāsayām āsa — lo animó; ca — también; bhītam — temeroso; enam — a él; bhūtvā — volviéndose; punaḥ — otra vez; saumya-vapuḥ — la hermosa forma; mahā-ātmā — el magno.

sañjayaḥ uvāca — Sañjaya zei; iti — zo; arjunam — tot Arjuna; vāsudevaḥ — Kṛṣṇa; tathā — op die manier; uktvā — sprekend; svakam — Zijn eigen; rūpam — gedaante; darśayām āsa — toonde; bhūyaḥ — opnieuw; āśvāsayām āsa — bemoedigde; ca — ook; bhītam — de bevreesde; enam — hem; bhūtvā — wordend; punaḥ — opnieuw; saumya-vapuḥ — de prachtige gedaante; mahā-ātmā — de grote.

Translation

Vertaling

Sañjaya le dijo a Dhṛtarāṣṭra: La Suprema Personalidad de Dios, Kṛṣṇa, después de hablarle así a Arjuna, mostró Su verdadera forma de cuatro brazos, y finalmente mostró Su forma de dos brazos, animando con ello al temeroso Arjuna.

Sañjaya zei tot Dhṛtarāṣṭra: Nadat de Allerhoogste Persoonlijkheid Gods, Kṛṣṇa, zo tot Arjuna gesproken had, toonde Hij Zijn werkelijke, vierarmige gedaante en ten slotte Zijn gedaante met twee armen, waarmee Hij de angstige Arjuna bemoedigde.

Purport

Betekenisverklaring

Cuando Kṛṣṇa apareció como hijo de Vasudeva y Devakī, primero que todo apareció como el Nārāyaṇa de cuatro brazos, pero cuando Sus padres se lo pidieron, se transformó en un niño aparentemente ordinario. De igual modo, Kṛṣṇa sabía que Arjuna no estaba interesado en ver una forma de cuatro manos, pero como Arjuna pidió verla, Kṛṣṇa también le mostró esa forma de nuevo, y luego se mostró en Su forma de dos manos. La palabra saumya-vapuḥ es muy significativa. Saumya-vapuḥ es una forma muy hermosa, se conoce como la forma más hermosa que existe. Cuando Kṛṣṇa estaba presente, todo el mundo simplemente se sentía atraído por Su forma, y como Kṛṣṇa es el director del universo, tan solo desterró el miedo de Arjuna, Su devoto, y le mostró de nuevo Su hermosa forma de Kṛṣṇa. En la Brahma-saṁhitā (5.38) se declara: premāñjana-cchurita-bhakti-vilocanena, únicamente una persona que tenga ungidos los ojos con el ungüento del amor, puede ver la hermosa forma de Śrī Kṛṣṇa.

Toen Kṛṣṇa verscheen als de zoon van Vasudeva en Devakī, toonde Hij Zich allereerst als de vierarmige Nārāyaṇa, maar Hij veranderde Zichzelf in de gedaante van een gewoon kind toen Zijn ouders Hem daarom verzochten. Kṛṣṇa wist dat Arjuna er ook niet in geïnteresseerd was een vierarmige gedaante te zien, maar omdat Arjuna naar deze vierarmige gedaante had gevraagd, toonde Kṛṣṇa deze gedaante opnieuw en daarna Zijn tweearmige gedaante.

Het woord ‘saumya-vapuḥ’ is zeer belangrijk. Saumya-vapuḥ is een buitengewoon mooie gedaante; ze wordt gezien als de allermooiste gedaante. Toen Kṛṣṇa op aarde was, voelde iedereen zich, eenvoudig door Zijn gedaante, tot Hem aangetrokken en omdat Kṛṣṇa de bestuurder van het universum is, verjoeg Hij alle angst uit Arjuna, Zijn toegewijde, en liet hem opnieuw Zijn prachtige gedaante als Kṛṣṇa zien. In de Brahma-saṁhitā (5.38) staat: premāñjana-cchurita-bhakti-vilocanena — alleen degene die ogen heeft die ingesmeerd zijn met de balsem van liefde, kan de prachtige gedaante van Śrī Kṛṣṇa zien.