Skip to main content

2. Progressing Beyond “Progress”

Hoofdstuk 2: De ‘vooruitgang’ voorbij

Puṣṭa Kṛṣṇa: Question number two?

Puṣṭa Kṛṣṇa: De tweede vraag?

Śrīla Prabhupāda: Yes.

Śrīla Prabhupāda: Ja.

Puṣṭa Kṛṣṇa: “The traditional charge against Hinduism is that it is fatalistic, that it inhibits progress by making people slaves to the belief in the inevitability of what is to happen. How far is this charge true?”

Puṣṭa Kṛṣṇa: ‘De traditionele beschuldiging die tegen het hindoeïsme wordt ingebracht, is dat het fatalistisch is, dat het vooruitgang verhindert door mensen slaafs te laten geloven in de onvermijdelijkheid van wat komen gaat. In hoeverre berust deze beschuldiging op waarheid?’

Śrīla Prabhupāda: The charge is false. Those who have made that charge do not know what “Hinduism” is. First of all, the Vedic scriptures make no mention of such a thing as “Hinduism.” but they do mention sanātana-dharma, the eternal and universal religion, and also varṇāśrama-dharma, the natural organization of human society. That we can find in the Vedic scriptures.

Śrīla Prabhupāda: Deze beschuldiging berust nergens op. Zij die deze beschuldiging uiten weten niet wat ‘hindoeïsme’ is. In de eerste plaats spreken de Vedische heilige teksten niet over zoiets als ‘hindoeïsme’. Ze spreken echter wel over sanātana-dharma, de eeuwige en universele religie, en varṇāśrama-dharma, de natuurlijke organisatie van de menselijke samenleving. Dat kan men terugvinden in de Vedische heilige teksten.

So it is a false charge that the Vedic system inhibits the progress of mankind. What is that “progress”? A dog’s jumping is progress? [Laughter.] A dog is running here and there on four legs, and you are running on four wheels. Is that progress?

Het is dus een valse beschuldiging dat het Vedische systeem de vooruitgang van het menselijk bestaan verhindert. Wat houdt die ‘vooruitgang’ trouwens in? Is een hond die springt een teken van vooruitgang? [Gelach.] Een hond rent van hier naar daar op vier poten en jullie rennen op vier wielen. Is dat vooruitgang?

The Vedic system is this: The human being has a certain amount of energy – better energy than the animals’, better consciousness – and that energy should be utilized for spiritual advancement. So the whole Vedic system is meant for spiritual advancement. Human energy is employed in a more exalted direction than to compete with the dog.

Het Vedische systeem is het volgende: de mens heeft een zekere hoeveelheid energie — betere energie dan die van dieren, een beter bewustzijn — en die energie moet gebruikt worden voor spirituele vooruitgang. Het hele Vedische systeem is dus bestemd voor spirituele vooruitgang. De menselijke energie wordt aangewend voor een verhevener doel dan wedijveren met honden.

Consequently, sometimes those who have no idea of religion notice that the Indian saintly persons are not working hard like dogs. Spiritually uncultured people think the dog race is life. But actual life is spiritual progress. Therefore the Śrīmad-Bhāgavatam [1.5.18] says,

Het resultaat is dat mensen die geen idee hebben van religie soms opmerken dat Indiase heiligen niet hard werken als honden. Mensen die spiritueel niet ontwikkeld zijn, denken dat de hondenrace het echte leven is. Maar het echte leven betekent spirituele vooruitgang maken. Het Śrīmad-Bhāgavatam (1.5.18) zegt daarom:

tasyaiva hetoḥ prayateta kovido
na labhyate yad bhramatām upary adhaḥ
tal labhyate duḥkhavad anyataḥ sukhaṁ
kālena sarvatra gabhīra-raṁhasā
tasyaiva hetoḥ prayateta kovido
na labhyate yad bhramatām upary adhaḥ
tal labhyate duḥkhavad anyataḥ sukhaṁ
kālena sarvatra gabhīra-raṁhasā

The human being should exert his energy for that thing which he did not get in many, many lives. Through many, many lives the soul has been in the forms of dogs or demigods or cats or birds or insects. There are 8,400,000 material forms. So this transmigration is going on, but in every one of these millions of forms, the business is sense gratification. The dog is busy for sense gratification: “Where is food? Where is shelter? Where is a mate? How to defend?” And the man is also doing the same business, in different ways.

De mens moet zijn energie aanwenden voor dat wat hij gedurende vele, vele levens niet heeft kunnen krijgen. Gedurende vele, vele levens heeft de ziel lichamen aangenomen van honden, halfgoden, katten, vogels of insecten. Er zijn 8.400.000 materiële levensvormen. Zielsverhuizing vindt dus plaats, maar in elk van deze miljoenen vormen is zinsbevrediging de enige bezigheid. De hond is bezig met het bevredigen van zijn zintuigen: ‘Waar vind ik eten? Waar vind ik onderdak? Waar vind ik een partner? Hoe moet ik mij verdedigen?’ En de mens doet op verschillende manieren hetzelfde.

So this struggle for existence is going on, life after life. Even a small insect is engaging in the same struggle – āhāra-nidrā-bhaya-maithunam – eating, sleeping, defending, and mating. Bird, beast, insect, fish – everywhere the same struggle: “Where is food? Where is sex? Where is shelter? How to defend?” So the śāstra [scripture] says we have done these things in many, many past lives, and if we don’t get out of this struggle for existence, we’ll have to do them again in many, many future lives. So these things should be stopped.

De strijd om het bestaan gaat maar door, leven na leven. Zelfs een klein insect levert dezelfde strijd — āhāra-nidrā-bhaya-maithunam — eten, slapen, zelfverdediging en paren. Vogel, viervoeter, insect, vis — overal dezelfde strijd: ‘Waar is voedsel? Waar is seks? Waar is onderdak? Hoe moet ik mij verdedigen?’ De śāstra’s (heilige teksten) zeggen dat we deze activiteiten gedurende vele, vele levens hebben verricht en dat we ermee zullen blijven doorgaan als we ons niet los weten te maken uit deze strijd voor het bestaan. We moeten hier dus mee stoppen.

Therefore Prahlāda Mahārāja advises his friends [Śrīmad-Bhāgavatam 7.6.3],

Prahlāda Mahārāja raadt zijn vrienden daarom aan (Bhāg. 7.6.3):

sukham aindriyakaṁ daityā
deha-yogena dehinām
sarvatra labhyate daivād
yathā duḥkham ayatnataḥ
sukham aindriyakaṁ daityā
deha-yogena dehinām
sarvatra labhyate daivād
yathā duḥkham ayatnataḥ

“My dear friends, material pleasure – which is due simply to this material body – is essentially the same in any body. And just as misery comes without our trying for it, so the happiness we deserve will also come, by higher arrangement.” A dog has a material body and I have a material body. So my sex pleasure and the dog’s sex pleasure is the same. Of course, a dog is not afraid of having sex on the street, in front of everyone. We hide it in a nice apartment. That’s all. But the activity is the same. There is no difference.

‘Mijn beste vrienden, materieel plezier — dat enkel voortkomt uit dit materiële lichaam — is in elk lichaam in feite hetzelfde. En net zoals verdriet komt zonder dat we er moeite voor doen, zo zal door een hogere regeling ook het geluk dat we verdienen tot ons komen.’ Een hond heeft een materieel lichaam en ik heb dat ook. Mijn seksueel genot en dat van een hond is dus hetzelfde. Natuurlijk maakt het een hond niets uit dat hij zijn seks midden op straat heeft terwijl iedereen toekijkt. Wij verbergen seks in een mooi appartement. Maar dat is alles. De handeling is dezelfde. Er is geen verschil.

Still, people are taking this sex pleasure between a man and woman in a nice decorated apartment as very advanced. But this is not advanced. And yet they are making a dog’s race for this “advancement.” Prahlāda Mahārāja says we are imagining that there are different types of pleasure on account of different types of body, but the pleasure is fundamentally the same.

Toch beschouwen mensen dit seksuele genot tussen man en vrouw in een mooi appartement als blijk van grote vooruitgang. Maar dit is geen vooruitgang. En toch gaan ze mee met de hondenrace voor deze ‘vooruitgang’. Prahlāda Mahārāja zegt dat we ons verbeelden dat er op basis van verschillende soorten lichamen verschillende soorten genot bestaan, maar in principe is het genot hetzelfde.

Naturally, according to the different types of body, there are some external differences in the pleasure, but the basic amount and quality of this pleasure has very well defined limitations. That is called destiny. A pig has a certain type of body, and his eatable is stool. This is destined. You cannot change it – “Let the pig eat halavā.” That is not possible. Because the soul has a particular type of body he must eat a particular type of food. Can anyone, any scientist, improve the standard of living of a pig? Is it possible? [Laughter.]

Overeenkomstig de verschillende soorten lichamen zijn er natuurlijk enkele externe verschillen in het genot, maar de hoeveelheid en de kwaliteit van dit genot heeft zeer duidelijk vastgestelde grenzen. Dat wordt het lot genoemd. Een varken heeft een bepaald lichaam en zijn voeding bestaat uit ontlasting. Dat is zo voorbestemd. Dit kun je niet veranderen — ‘Laat het varken halavā (Indiase zoetigheid) eten.’ Dat gaat niet. Omdat de ziel een bepaald lichaam heeft, moet ze ook een bepaald soort voedsel eten. Kan iemand, welke wetenschapper dan ook, de levensstandaard van een varken verbeteren? Is dat mogelijk? [Gelach.]

Therefore Prahlāda Mahārāja says that everything about material pleasure is already fixed. The uncivilized men in the jungle are having the same sex pleasure as the so-called civilized men who boast, “Instead of living in that hut made of leaves, we are living in a skyscraper building. This is advancement.”

Prahlāda Mahārāja zegt daarom dat alles wat betreft materieel genot al vaststaat. De onbeschaafde mensen in de jungle hebben hetzelfde seksuele genot als de zogenaamd beschaafde mensen die erover opscheppen: ‘In plaats van in een hut van bladeren te wonen, wonen wij in een wolkenkrabber. Dit is vooruitgang.’

But Vedic civilization says, “No, this is not advancement. Real advancement is self-realization – how much you have realized your relationship with God.”

Maar de Vedische beschaving zegt: ‘Nee, dit is geen vooruitgang. Echte vooruitgang betekent zelfrealisatie, in hoeverre je je relatie met God hebt gerealiseerd.’

Sometimes people misunderstand, thinking that sages who try for self-realization are lazy. In a high court a judge is sitting soberly, apparently doing nothing, and he is getting the highest salary. And another man in the same court – he’s working hard all day long, rubber-stamping, and he is getting not even one-tenth of the judge’s salary. He’s thinking, “I am so busy and working so hard, yet I am not getting a good salary. And this man is just sitting on the bench, and he’s getting such a fat salary.” The criticism of Hinduism as “inhibiting progress” is like that: it comes out of ignorance. The Vedic civilization is for self-realization. It is meant for the intelligent person, the person who will not just work like an ass but who will try for that thing which he did not achieve in so many other lives – namely, self-realization.

Sommige mensen hebben de verkeerde opvatting dat wijzen die zelfrealisatie nastreven lui zijn. In de Hoge Raad zit bijvoorbeeld een heel serieuze rechter, schijnbaar zonder iets te doen, terwijl hij het hoogste salaris krijgt. Een andere man in hetzelfde gerechtsgebouw werkt de hele dag hard zonder te hoeven nadenken en krijgt nog geen tiende van het salaris van de rechter. Hij denkt: ‘Ik heb het zo druk en werk zo hard en toch krijg ik geen goed salaris. En die man zit maar wat op zijn stoel en krijgt zo’n dik salaris.’ De kritiek op het hindoeïsme dat het ‘de vooruitgang verhindert’ is dezelfde: ze komt voort uit onwetendheid. De Vedische beschaving is bestemd voor zelfrealisatie. Ze is bedoeld voor een intelligent persoon, de persoon die niet alleen als een ezel wil werken, maar die wil proberen om datgene te bereiken, wat hij in zo veel andere levens niet bereikt heeft — namelijk zelfrealisatie.

For example, we are sometimes labeled “escapists.” What is the charge?

Zo worden we soms ook bestempeld als ‘escapisten’. Waar beschuldigen ze ons van?

Disciple: They say we are escaping from reality.

Toegewijde: Ze zeggen dat we de realiteit ontvluchten.

Śrīla Prabhupāda: Yes, we are escaping their reality. But their reality is a dog’s race, and our reality is to advance in self-realization, Kṛṣṇa consciousness. That is the difference. Therefore the mundane, materialistic workers have been described as mūḍhas, asses. Why? Because the ass works very hard for no tangible gain. He carries on his back tons of cloth for the washerman, and the washerman in return gives him a little morsel of grass. Then the ass stands at the washerman’s door, eating the grass, while the washerman loads him up again. The ass has no sense to think, “If I get out of the clutches of this washerman, I can get grass anywhere. Why am I carrying so much?”

Śrīla Prabhupāda: Ja, we ontvluchten hún realiteit. Hun realiteit is een hondenrace, maar onze realiteit is het maken van vooruitgang in zelfrealisatie, Kṛṣṇa-bewustzijn. Dat is het verschil. Daarom worden de wereldse, materialistische werkers omschreven als mūḍha’s, ezels. Waarom? Omdat de ezel hard werkt zonder tastbaar resultaat. Hij draagt massa’s kleren op zijn rug voor de wasman, en daarvoor in ruil geeft die hem een beetje gras. En terwijl de ezel dat gras voor de deur van de wasman staat te eten, laadt de wasman een nieuwe lading op zijn rug. De ezel heeft niet het verstand om te denken: ‘Als ik uit de greep van de wasman kom, kan ik gras eten waar ik maar wil. Waarom draag ik zo veel?’

The mundane workers are like that. They’re busy at the office, very busy. If you want to see the fellow, “I am very busy now.” [Laughter.] So what is the result of your being so busy? “Well, I take two pieces of toast and one cup of tea. That’s all.” [Laughter.] And for this purpose you are so busy?

De materialistische werkers zijn zo. Ze zijn druk bezig op kantoor, zeer druk. Als je een afspraak met hen wilt maken, zeggen ze: ‘Ik heb het momenteel heel erg druk.’ En wat bereik je ermee zo druk bezig te zijn? ‘Nou, ik krijg twee stukjes geroosterd brood en een kopje thee. Dat is alles.’ [Gelach.] Ben je daarvoor zo druk bezig?

 Or, he is busy all day simply so that in the evening he can look at his account books and say, “Oh, the balance had been one thousand dollars – now it has become two thousand.” That is his satisfaction. But still he will have the same two pieces of bread and one cup of tea, even though he has increased his balance from one thousand to two thousand. And still he’ll work hard. This is why karmīs are called mūḍhas. They work like asses, without any real aim of life.

Of ze zijn de hele dag zo druk bezig om’s avonds in de boekhouding te kunnen kijken en te kunnen zeggen: ‘O, het saldo was duizend euro, maar nu is het tweeduizend geworden.’ En dat is waar ze tevreden mee zijn. Maar nog steeds hebben ze dezelfde twee sneetjes brood en hetzelfde kopje thee, ook al hebben ze hun saldo zien toenemen van duizend naar tweeduizend. En ze zullen hard door blijven werken. Dat is de reden waarom karmī’s mūḍha’s worden genoemd. Ze werken als ezels, zonder werkelijk een doel in het leven te hebben.

But Vedic civilization is different. The accusation implied in the question is not correct. In the Vedic system, people are not lazy. They are very busy working for a higher purpose. And that busy-ness is so important that Prahlāda Mahārāja says, kaumāra ācaret prājño: “Beginning from childhood, one should work for self-realization.” One should not lose a second’s time. So that is Vedic civilization.

Maar de Vedische beschaving is anders. De beschuldiging in de vraag is onjuist. In het Vedische systeem zijn mensen niet lui. Ze werken hard voor een hoger doel. En dat druk-zijn is zelfs zo belangrijk dat Prahlāda Mahārāja zegt: kaumāra ācaret prājñaḥ (Bhāg. 7.6.1) — ‘Vanaf de kinderjaren moet men beginnen met het werken aan zelfrealisatie.’ Je mag geen seconde verliezen. Dat is de Vedische beschaving.

Of course, the materialistic workers – they see, “These men are not working like us, like dogs and asses. So they are escaping.”

De materialistische werkers denken natuurlijk: ‘Deze mensen werken niet zoals wij, zoals honden en ezels. Ze ontvluchten werk.’

Yes, escaping your fruitless endeavor.

Inderdaad, we ontvluchten al die vruchteloze pogingen.

The Vedic civilization of self-realization begins from the varṇāśrama system of social organization. Varnāśramācāravatā puruṣeṇa paraḥ pumān viṣṇur ārādhyate: “Everyone should offer up the fruits of his occupational duty to the lotus feet of the Lord Viṣṇu, or Kṛṣṇa.” That is why the Vedic system is called varṇāśrama – literally, “social organization with a spiritual perspective.”

De Vedische beschaving voor zelfrealisatie begint met het varṇāśrama-systeem voor sociale organisatie. Varnāśra-mā-cāravatā puruṣeṇa paraḥ pumān viṣṇur ārādhyate(Caitanya-caritāmṛta, Madhya 8.58): ‘Iedereen moet de vruchten van zijn voorgeschreven plicht aan de lotusvoeten van Heer Viṣṇu, of Kṛṣṇa, offeren.’ Daarom wordt het Vedische systeem varṇā-śrama genoemd, wat letterlijk ‘sociale organisatie met een spiritueel perspectief’ betekent

The varṇāśrama system has four social and four spiritual divisions. the social divisions are the brāhmaṇas [teachers and priests], kṣatriyas [administrators and military men], vaiśyas [farmers and merchants], and śūdras [laborers and craftsmen], while the spiritual divisions are the brahmacārīs [students], gṛhasthas [householders], vānaprasthas [retirees], and sannyāsīs [renunciants]. But the ultimate goal is viṣṇur ārādhyate – the worship of the Supreme Lord, Viṣṇu, by all. That is the idea.

Het varṇāśrama-systeem heeft vier sociale en vier spirituele klassen. De sociale klassen zijn: brāhmaṇa’s (leraren en priesters), kṣatriya’s (bestuurders en militairen), vaiśya’s (boeren en handelaren) en śūdra’s (ongeschoolde arbeiders en handwerkslieden). De spirituele klassen zijn: brahmacārī’s (studenten), gṛhastha’s(getrouwde mensen), vānaprastha’s (mensen in de teruggetrokken levensorde) en sannyāsī’s (mensen in de onthechte levensorde). Maar het uiteindelijke doel is viṣṇur ārādhyate: het aanbidden van de Allerhoogste Heer, Viṣṇu. Dat is de idee.

But the members of the modern so-called civilization do not know of varṇāśrama. Therefore they have created a society that is simply a dog’s race. The dog is running on four legs and they are running on four wheels. That’s all. And they think the four-wheel race is advancement of civilization.

De huidige “beschaving” kent het varṇā-śrama niet. Daarom heeft ze een maatschappij gecreëerd die eenvoudigweg een hondenrace is. De hond rent op vier poten en zij rent op vier wielen. Dat is alles. En ze denkt dat de race op vier wielen vooruitgang van de beschaving betekent.

Vedic civilization is different. As Nārada Muni says, tasyaiva hetoḥ prayateta kovido na labhyate yad bhramatām upary adhaḥ: the learned, astute person will use this life to gain what he has missed in countless prior lives – namely, realization of self and realization of God. Someone may ask, “Then shall we do nothing?” Yes do nothing simply to improve your material position. Whatever material happiness is allotted for you by destiny, you’ll get it wherever you are. Take to Kṛṣṇa consciousness. You’ll get these other things besides.

De Vedische beschaving is heel anders. Nārada Muni zegt: tasyaiva hetoḥ prayateta kovido na labhyate yad bhramatām upary adhaḥ (Bhāg. 1.5.18) — ‘De geleerde, scherpzinnige persoon zal dit leven willen gebruiken om te bereiken wat hij in ontelbare andere levens heeft gemist, namelijk zelfrealisatie en Godrealisatie.’ Je kunt dan de vraag stellen: ‘Zullen we dan maar helemaal niets doen?’ Inderdaad, doe niets voor het verbeteren van je maatschappelijke positie. De materiële voorspoed die voor jou is voorbestemd, zul je hoe dan ook krijgen, waar je ook bent. Richt je op Kṛṣṇa-bewustzijn en je zult die dingen erbij krijgen.

“How shall I get them?”

Hoe zal ik ze krijgen?

How? Kālena sarvatra gabhīra-raṁhasā: by the arrangement of eternal time, everything will come about in due course. The example is given that even though you do not want distress, still distress comes upon you. Similarly, even if you do not work hard for the happiness that is destined to be yours, still it will come.

Hoe? Kālena sarvatra gabhīra-raṁhasā (Bhāg. 1.5.18): door de regeling van de eeuwige tijd zal alles op het juiste moment plaatsvinden. Het voorbeeld dat wordt gegeven is dat, ook al wil je geen tegenspoed, je toch tegenspoed zal ondervinden wanneer deze voor je is voorgeschreven. Op dezelfde manier zal het geluk dat is voorbestemd vanzelf komen, zonder dat je er hard voor werkt.

Similarly, Prahlāda Mahārāja says, na tat-prayāsaḥ kartavyam: you should not waste your energy for material happiness, because you cannot get more than what you are destined to have. That is not possible. “How can I believe it – that by working harder I will not get more material happiness than I would otherwise have had?”

Zo zegt Prahlāda Mahārāja: na tat-prayāsaḥ kartavyam (Bhāg.- 7.6.4) — verspil je energie niet met materieel geluk, want je kunt toch niet meer krijgen dan wat het lot je toebedeelt. Dat is niet mogelijk. ‘Hoe kan ik dat geloven? Dat ik door harder te werken niet meer materieel geluk krijg dan ik anders gehad zou hebben?

Because you are undergoing so many distressing conditions even though you do not want them. Who wants distress? For example, in our country, Mahatma Gandhi was killed by his own countrymen. He was a great man, he was protected by so many followers, he was beloved by all – and still he was killed. Destiny. Who can protect you from all these distressing conditions?

Omdat je ongewild zo veel tegenspoed ondergaat. Wie wil er tegenspoed? In ons land (India) werd Mahatma Gandhi bijvoorbeeld door zijn eigen landgenoten gedood. Hij was een beroemd man en werd door zo veel aanhangers beschermd. Hij was alom geliefd, maar toch werd hij omgebracht. Het lot. Wie kan je beschermen tegen al deze tegenspoed?

“So,” you should conclude, “if these distressing conditions come upon me by force, the other kind of condition, the opposite number, will also come. Therefore why shall I waste my time trying to avoid distress and gain so-called happiness? Let me utilize my energy for Kṛṣṇa consciousness.” That is intelligence. You cannot check your destiny. The magazine’s question touches on this point.

Je moet dus de volgende conclusie trekken: ‘Als tegenspoed me wordt opgelegd, dan zal de andere toestand, het tegenovergestelde, ook wel komen. Waarom zou ik dan al mijn tijd verspillen om tegenspoed te vermijden en zogenaamd geluk te krijgen? Laat ik mijn energie gebruiken voor Kṛṣṇa-bewustzijn.’ Dat is intelligentie. Je kunt je lot niet beheersen. De vraag van het tijdschrift raakt dit punt.

Puṣṭa Kṛṣṇa: Yes, the usual charge is that this Vedic system of civilization is fatalistic, and that as a result people are not making as much material progress as they otherwise would.

Puṣṭa Kṛṣṇa: Ja, de gangbare aanklacht is dat de Vedische beschaving fatalistisch is, waardoor de mensen minder materiële vooruitgang maken dan ze anders zouden maken.

Śrīla Prabhupāda: No, no, the Vedic system is not fatalistic. It is fatalistic only in the sense that one’s material destiny cannot be changed. But your spiritual life is in your hands. Our point is this: The whole Vedic civilization is based on the understanding that destiny allows only a certain amount of material happiness in this world, and that our efforts should therefore be directed toward self-realization. Nobody is enjoying uninterrupted material happiness. That is not possible. A certain amount of material happiness and a certain amount of material distress – these both must be present always. So just as you cannot check your distressing condition of life, similarly you cannot check your happy condition of life. It will come automatically. Therefore, don’t waste your time with these things. Better you utilize your energy for advancing in Kṛṣṇa consciousness.

Śrīla Prabhupāda: Nee, nee, het Vedische systeem is niet fatalistisch. Het is enkel fatalistisch in de zin dat je het materiële lot niet kan veranderen. Maar je spirituele leven is in jouw handen. Ons punt is dit: de hele Vedische beschaving is gebaseerd op het begrip dat het lot enkel een bepaalde hoeveelheid materieel geluk in deze wereld toestaat en dat onze inspanningen daarom op zelfrealisatie gericht moeten zijn. Niemand heeft het over ononderbroken materieel geluk. Dat is onmogelijk. Er is altijd sprake van een bepaalde hoeveelheid materiële tegenspoed. Net zoals je materiële tegenspoed niet kunt beheersen, kun je ook je voorspoed niet beheersen. Ze komen vanzelf. Verspil je tijd dus niet met deze zaken. Het is beter om je tijd te gebruiken om vooruitgang te maken in Kṛṣṇa-bewustzijn.

Puṣṭa Kṛṣṇa: So then, Śrīla Prabhupāda, would it be accurate, after all, to say that people who have this Vedic conception would not try for progress?

Puṣṭa Kṛṣṇa: Śrīla Prabhupāda, is het correct om te zeggen dat mensen die deze Vedische opvatting hebben geen vooruitgang zouden proberen te maken?

Śrīla Prabhupāda: No, no. “Progress” – first you must understand what actual progress is. The thing is that if you try to progress vainly, what is the use of trying? If it is a fact you cannot change your material destiny, why should you try for that? Rather, whatever energy you have, utilize it for understanding Kṛṣṇa consciousness. That is real progress. Make your spiritual understanding – your understanding of God and self – perfectly clear.

Śrīla Prabhupāda: Nee, nee. ‘Vooruitgang’ — allereerst moet je begrijpen wat vooruitgang werkelijk is. Wat heeft het voor zin om tevergeefs vooruitgang proberen te maken? Als het een feit is dat je je materiële lot niet kunt veranderen, waarom zou je dat dan toch proberen? Het is beter om de energie die je hebt te gebruiken om het Kṛṣṇa-bewustzijn te begrijpen. Dat is werkelijke vooruitgang. Zorg dat je een duidelijk begrip hebt — begrip van God en van jezelf.

For instance, in our International Society for Krishna Consciousness, our main business is how to make advancement in Kṛṣṇa consciousness. We are not enthusiastic about opening big, big factories with big, big money-earning machines. No. We are satisfied with whatever material happiness and distress we are destined. But we are very eager to utilize our energy for progressing in Kṛṣṇa consciousness. This is the point.

Zo is vooruitgang maken in Kṛṣṇa-bewustzijn het voornaamste doel in onze Internationale Gemeenschap voor Krishna-bewustzijn. We zijn niet zo enthousiast over de opening van een grote fabriek met reusachtige machines om geld te verdienen. Nee. We zijn tevreden met elke materiële voor- of tegenspoed die het lot ons toebedeelt. Maar we blijven enthousiast om onze energie te gebruiken om vooruitgang te maken in Kṛṣṇa-bewustzijn. Dat is het punt.

So the Vedic system of civilization is meant for realizing God: viṣṇur ārādhyate. In the Vedic system, people try for that. Actually, the followers of varṇāśrama-dharma – they never tried for economic development. You’ll find in India, still, millions of people taking bath in the Ganges during Kumbha-melā. Have you been to the Kumbha-melā festival?

Het Vedische systeem is dus bedoeld om God te realiseren: viṣṇur ārādhyate. In het Vedische systeem proberen mensen dat te bereiken. In feite hebben de aanhangers van varṇāśrama-dharma nooit geprobeerd om economische vooruitgang te maken. In India kun je nog steeds miljoenen mensen een bad in de Ganges zien nemen tijdens Kumbha-melā. Ben je naar het Kumbha-melā-festival geweest?

Disciple: No.

Toegewijde: Nee.

Śrīla Prabhupāda: At the Kumbha-melā, millions of people come to take bath in the Ganges because they are interested in how to become spiritually liberated from this material world. They’re not lazy. They travel thousands of miles to take bath in the Ganges at the holy place of Prayag. So although they are not busy in the dog’s race, these people are not lazy. Yā niśā sarva-bhūtānāṁ tasyāṁ jāgarti saṁyamī: “What is night for ordinary beings is the time of wakefulness for the self-controlled.” The self-controlled man wakes up very early – practically in the middle of the night – and works for spiritual realization while others are sleeping. Similarly, during the daytime the dogs and asses think, “We are working, but these spiritualists, they are not working.”

Śrīla Prabhupāda: Tijdens Kumbha-melā komen miljoenen mensen een bad in de Ganges nemen, omdat ze geïnteresseerd zijn in spirituele bevrijding uit deze materiële wereld. Ze zijn niet lui. Ze reizen duizenden kilometers om bij de heilige plaats Prayag een bad in de Ganges te nemen. Ook al nemen ze niet deel aan de hondenrace, deze mensen zijn niet lui. Yā niśā sarva-bhūtānāṁ tasyāṁ jāgarti saṁyamī (Bg. 2.69): ‘Wat nacht is voor de gewone mens, is een tijd van waakzaamheid voor degenen met zelfbeheersing.’ Iemand met zelfbeheersing staat zeer vroeg op — in feite midden in de nacht — en werkt aan zijn spirituele bewustwording, terwijl anderen slapen. Op dezelfde manier denken de honden en ezels gedurende de dag: ‘Wij werken, maar die spiritualisten werken niet.’

So there are two different platforms, the material and the spiritual. Followers of the Vedic civilization, which is practiced in India – although nowadays it is distorted – actually, these people are not lazy. They are very, very busy. Not only very, very busy, but also kaumāra ācaret prājño dharmān bhāgavatān iha: they are trying to become self-realized from the very beginning of life. They are so busy that they want to begin the busy-ness from their very childhood. Therefore it is wrong to think they are lazy.

Er zijn dus twee verschillende niveaus: het materiële en het spirituele. De volgelingen van de Vedische beschaving die in India aanwezig is — ook al is deze tegenwoordig verwrongen — zijn in werkelijkheid niet lui. Ze zijn heel, heel druk bezig. Niet alleen zijn ze heel druk bezig, maar ook kaumāra ācaret prājño dharmān bhāgavatān iha(Bhāg. 7.6.1): ze proberen al vanaf hun prille kinderjaren zelfgerealiseerd te worden. Ze zijn zo druk bezig, dat ze al vanaf hun jonge jaren met dat bezig-zijn willen beginnen. Daarom is het verkeerd te denken dat ze lui zijn.

People who accuse followers of Vedic civilization of laziness or of “inhibiting progress” do not know what real progress is. The Vedic civilization is not interested in the false progress of economic development. For instance, sometimes people boast, “We have gone from the hut to the skyscraper.” They think this is progress. But in the Vedic system of civilization, one thinks about how much he is advanced in self-realization. He may live in a hut and become very advanced in self-realzation. But if he wastes his time turning his hut into a skyscraper, then his whole life is wasted, finished. And in his next life he is going to be a dog, although he does not know it. That’s all.

Mensen die de volgelingen van de Vedische beschaving beschuldigen van luiheid of van het ‘verhinderen van vooruitgang’ weten niet wat echte vooruitgang is. De Vedische beschaving is niet geïnteresseerd in de zogenaamde economische vooruitgang. Mensen zeggen bijvoorbeeld trots: ‘Wij zijn van een hut naar een wolkenkrabber gegaan.’ Ze denken dat dit vooruitgang is. Maar in de Vedische beschaving wil men vooruitgang maken in zelfrealisatie. Als men zijn tijd verspilt met zijn hut te veranderen in een wolkenkrabber, is zijn hele leven verspild, afgelopen. En in zijn volgende leven zal men een hond worden, ook al weet hij dat niet. Dat is alles.

Puṣṭa Kṛṣṇa: Śrīla Prabhupāda, then this question may be raised: If destiny cannot be checked, then why not, when a child is born, simply let him run around like an animal? And whatever happens to him . . .

Puṣṭa Kṛṣṇa: Śrīla Prabhupāda, dan kan deze vraag gesteld worden: ‘Als het lot niet kan worden tegengehouden, waarom zou je een kind dan vanaf de geboorte niet laten rondrennen als een dier?’ En wat er dan ook maar mee gebeurt...

Śrīla Prabhupāda: No. That is the advantage of this human form of life. You can train the child spiritually. That is possible. Therefore it is said, tasyaiva hetoḥ prayeteta kovido: use this priceless human form to attain what you could not attain in so many millions of lower forms. For that spiritual purpose you should engage your energy. That advantage is open to you now, in the human form. Ahaituky apratihatā: pure devotional service to the Lord, Kṛṣṇa consciousness, is open to you now, and it cannot be checked. Just as your advancement of so-called material happiness is already destined and cannot be checked, similarly, your advancement in spiritual life cannot be checked – if you endeavor for it. No one can check your spiritual advancement. Try to understand this.

Śrīla Prabhupāda: Nee. Dat is het voordeel van deze menselijke levensvorm. Je kunt het kind een spirituele opleiding geven. Dat is mogelijk. Daarom wordt er gezegd: -tasyaiva hetoḥ prayeteta kovidaḥ — gebruik deze onbetaalbare menselijke levensvorm om te bereiken wat je in zo veel miljoenen lagere levensvormen niet kon bereiken. Je moet je energie voor dat spirituele doel gebruiken. Dat voordeel heb je nu in de menselijke levensvorm.

Ahaituky apratihatā: zuivere devotionele dienst voor de Heer, Kṛṣṇa-bewustzijn, ligt nu voor je open en kan niet worden tegengehouden. Net zoals een bepaalde hoeveelheid vooruitgang in zogenaamde materiële voorspoed al voorbestemd is en niet kan worden tegengehouden, zo kan je vooruitgang in het spirituele leven ook geen halt worden toegeroepen, zolang je er maar moeite voor doet. Niemand kan je spirituele vooruitgang stopzetten. Probeer dit te begrijpen.

Puṣṭa Kṛṣṇa: So, then, we can’t say that the Vedic system, or sanātana-dharma, is fatalistic. There actually is endeavor for progress.

Puṣṭa Kṛṣṇa: We kunnen dus niet zeggen dat het Vedische systeem, sanātana-dharma, fatalistisch is. Er wordt daadwerkelijk geprobeerd om vooruitgang te maken.

Śrīla Prabhupāda: Certainly – spiritual progress. As for the question of “fatalistic,” I have often given this example: Let us say a man is condemned by a court of law to be hanged. Nobody can check it. Even the same judge who gave the verdict cannot check it. But if the man begs for the mercy of the king, the king can check the execution. He can go totally above the law. Therefore the Brahma-saṁhitā [5.54] says, karmāṇi nirdahati kintu ca bhakti-bhājām: destiny can be changed by Kṛṣṇa for His devotees; otherwise it is not possible.

Śrīla Prabhupāda: Uiteraard. Spirituele vooruitgang. En wat betreft ‘fatalisme’, ik heb vaak het volgende voorbeeld gegeven: stel dat een man door het gerecht veroordeeld is om opgehangen te worden. Niemand kan dat tegenhouden. Zelfs de rechter die dit vonnis gegeven heeft, kan dit niet stopzetten. Maar als de man de koning om genade vraagt, dan kan de koning de executie tegenhouden. Hij kan zich volkomen boven de wet stellen. Daarom zegt de Brahma-saṁhitā (5.54): karmāṇi nirdahati kintu ca bhakti-bhājām — Kṛṣṇa kan het lot van zijn toegewijden veranderen, wat op geen andere manier mogelijk is.

Therefore our only business should be to surrender to Kṛṣṇa. And if you artificially want to be more happy by economic development, that is not possible.

Onze enige bezigheid is daarom dat we ons overgeven aan Kṛṣṇa. Het is een hallucinatie te denken dat je op een kunstmatige manier meer geluk kan hebben door economische vooruitgang.

Puṣṭa Kṛṣṇa: Question number three?

Puṣṭa Kṛṣṇa: De derde vraag?

Śrīla Prabhupāda: Hm? No. First of all make sure that everything is clear. Why are you so eager to progress? [Laughter.]

Śrīla Prabhupāda: Hm? Nee. Zorg eerst dat alles je duidelijk is. Waarom wil je zo snel vooruitgang maken? [Gelach.]

Try to understand what is what. The first thing is that your destiny cannot be changed. That’s a fact. But in spite of your destiny, if you try for Kṛṣṇa consciousness, you can achieve spiritual success. Otherwise, why did Prahlāda Mahārāja urge his friends, kaumāra ācāret: “Take Kṛṣṇa consciousness up from your very childhood”? If destiny cannot be changed, then why was Prahlāda Mahārāja urging this? Generally, “destiny” means your material future. That you cannot change. But even that can be changed when you are in spiritual life.

Probeer te begrijpen wat wát is. Allereerst moet duidelijk zijn dat je je lot niet kunt veranderen. Dat staat vast. Maar ondanks dit lot kun je, als je Kṛṣṇa-bewustzijn nastreeft, spiritueel succesvol worden. Waarom zou Prahlāda Mahā-rāja anders zijn vrienden aansporen: kaumāra ācāret — -‘Begin met Kṛṣṇa-bewustzijn vanaf je kinderjaren.’ Als het lot niet veranderd kan worden, waarom zou Prahlāda Mahārāja hier dan op aandringen? Met ‘het lot’ wordt over het algemeen je materiële toekomst bedoeld, die niet veranderd kan worden. Maar zelfs díe kan veranderd worden wanneer je een spiritueel leven leidt.

Puṣṭa Kṛṣṇa: What is the meaning of apratihatā? You said that spiritual development cannot be checked.

Puṣṭa Kṛṣṇa: Wat betekent het woord apratihatā? U zei dat spirituele vooruitgang niet kan worden tegengehouden.

Śrīla Prabhupāda: Apratihatā means this: Suppose you are destined to suffer. So apratihatā means that in spite of your so-called destiny to suffer, if you take to Kṛṣṇa consciousness your suffering will be reduced, or there will be no suffering – and in spite of any suffering, you can make progress in spiritual life. Just like Prahlāda Mahārāja himself. His father put him into so many suffering conditions, but he was not impeded – he made spiritual progress. He didn’t care about his father’s attempts to make him suffer. That state of existence is called apratihatā: if you want to execute Kṛṣṇa consciousness, your material condition of life cannot check it. That is the real platform of progress.

Śrīla Prabhupāda: Apratihatā betekent het volgende. Stel dat je voorbestemd bent om te lijden. Apratihatā betekent dat, ook al is het je lot om te lijden, dit lijden verminderd zal worden of helemaal niet zal komen wanneer je je toelegt op Kṛṣṇa-bewustzijn; ondanks het leed kun je toch vooruitgang maken in spiritueel leven. Net zoals Prahlāda Mahārāja. Zijn vader bracht hem in zo veel ellendige situaties, maar hij liet zich niet weerhouden — hij maakte spirituele vooruitgang. Hij maakte zich niet druk over zijn vaders pogingen hem te laten lijden. Deze zijnstoestand heet apratihatā: wanneer je je toelegt op Kṛṣṇa-bewustzijn, heeft je materiële levensomstandigheid daar geen invloed op. Dat is het ware niveau van succes.

Of course, insofar as your material condition is concerned, generally that cannot be checked. You have to suffer. But in the case of a devotee, that suffering also can be stopped or minimized. Otherwise, Kṛṣṇa’s statement would be false: ahaṁ tvāṁ sarva-pāpebhyo mokṣayiṣyāmi – “I will deliver you from all the reactions to your sinful activities.” Suffering must befall me on account of my sinful activities, but Kṛṣṇa says, “I will deliver you from all the reactions to your sinful activities.” This should be clear. Ordinarily, destiny cannot be checked. Therefore, instead of wasting your time trying to change your economic condition or material destiny apart from Kṛṣṇa consciousness, you should employ your priceless human energy for attaining Kṛṣṇa consciousness, which cannot be checked.

Wat betreft je materiële omstandigheden, natuurlijk heb je daar in het algemeen geen invloed op. Je moet lijden. Maar voor een toegewijde kan ook dat lijden stopgezet of verminderd worden. Anders zou de volgende verklaring van Kṛṣṇa niet juist zijn: ahaṁ tvāṁ sarva-pāpebhyo mokṣayiṣyāmi (Bhagavad-gītā 18.66) — ‘Ik zal je bevrijden van alle reacties op je zondige activiteiten.’ Ik moet lijden door mijn zondige handelingen, maar Kṛṣṇa zegt: ‘Ik zal je bevrijden van alle reacties op je zondige activiteiten.’ Dit moet duidelijk zijn. Normaal gezien kan het lot niet gestopt worden. Daarom moeten we onze tijd niet verspillen met pogingen om buiten het Kṛṣṇa-bewustzijn om onze economische toestand of ons materiële lot te veranderen. In plaats daarvan moeten we onze onbetaalbare menselijke energie aanwenden voor het bereiken van Kṛṣṇa-bewustzijn — niets kan ons daarin tegenhouden.

We see so many men working so hard. Does this mean that every one of them will become a Ford, a Rockefeller? Why not? Everyone is trying his best. But Mr. Ford was destined to become a rich man. His destiny was there, and so he became a rich man. Another man may work just as hard as Ford, but this does not mean he will become as rich as Ford. This is practical. You cannot change your destiny simply by working hard like asses and dogs. No. But you can utilize your special human energy for improving your Kṛṣṇa consciousness. That’s a fact.

We zien zo veel mensen hard werken. Houdt dit in dat ieder van hen een Ford wordt, of een Rockefeller? Waarom niet? Iedereen doet zijn best. Maar meneer Ford was voorbestemd om rijk te worden. Zijn lot stond vast en daarom werd hij rijk. Iemand anders mag dan net zo hard werken als Ford, maar dat betekent niet dat hij net zo rijk wordt. Dit is de praktijk. Je kunt je lot niet veranderen enkel en alleen door hard te werken als een ezel of een hond. Nee. Maar je kunt je menselijke energie gebruiken om vooruitgang te maken in Kṛṣṇa-bewustzijn. Dat staat vast.

Disciple: Śrīla Prabhupāda, if destiny cannot be changed, what does Kṛṣṇa mean when He says, “Be thou happy by this sacrifice”?

Discipel: Śrīla Prabhupāda, als we het lot niet kunnen veranderen, wat bedoelt Kṛṣṇa dan als Hij zegt: ‘Wees gelukkig met dit offer?’

Śrīla Prabhupāda: Do you know what is meant by “sacrifice”?

Śrīla Prabhupāda: Weet je wat er bedoeld wordt met ‘offer’?

Disciple: Sacrifice to Viṣṇu, to Kṛṣṇa.

Discipel: Offer aan Viṣṇu, aan Kṛṣṇa.

Śrīla Prabhupāda: Yes. That means pleasing Kṛṣṇa. If Kṛṣṇa is pleased, He can change destiny. Karmāṇi nirdahati kintu ca bhakti-bhājām: for those who serve Him with love and devotion, Kṛṣṇa can change destiny. So sacrifice, yajña, means pleasing Kṛṣṇa. Our whole Kṛṣṇa consciousness movement means pleasing Kṛṣṇa. That is the whole program. In all other business, there is no question of pleasing Kṛṣṇa. When one nation declares war upon another, there is no question of pleasing Kṛṣṇa or serving Kṛṣṇa. They’re pleasing their own senses, serving their own whims. When the First and Second World Wars began, it was not for pleasing Kṛṣṇa. The Germans wanted that their sense gratification not be hampered by the Britishers. That means it was a war of sense gratification. “The Britishers are achieving their sense gratification; we cannot. All right, fight.” So there was no question of pleasing Kṛṣṇa. Hm. Next question?

Śrīla Prabhupāda: Inderdaad. Het betekent het tevredenstellen van Kṛṣṇa. Als Kṛṣṇa tevreden is, kan Hij het lot veranderen. Karmāṇi nirdahati kintu ca bhakti-bhājām(Bs. 5.54): Kṛṣṇa kan het lot veranderen van degenen die hem met liefde en devotie dienen. Daarom betekent yajña het tevredenstellen van Kṛṣṇa. De betekenis van onze hele beweging voor Kṛṣṇa-bewustzijn is Kṛṣṇa tevredenstellen. Dat is het programma. Alle andere bezigheden hebben niets te maken met het plezieren van Kṛṣṇa. Wanneer een natie de oorlog verklaart aan een andere, is er geen sprake van het plezieren of dienen van Kṛṣṇa. Ze plezieren hun eigen zintuigen, dienen hun eigen grillen. Toen de beide Wereldoorlogen uitbraken, was dat niet voor het plezier van Kṛṣṇa. De Duitsers wilden niet dat de Britten hun zinsbevrediging dwarsboomden. Dat betekent dat het een oorlog om zinsbevrediging was. ‘De Britten zijn in staat hun zintuigen te bevredigen en wij niet. Okay, laten we vechten.’ Er was met ander woorden geen sprake van het tevredenstellen van Kṛṣṇa. Hm. Volgende vraag?